Kwaliteit en Zorg

Uitstroomprofielen en Leerlijnen ISK

In opdracht van het ministerie van OCW heeft LOWAN-vo en het Kenniscentrum voor Taalontwikkeling (ITTA) van de Universiteit van Amsterdam, samen met een aantal scholen, standaarden geformuleerd die richting moeten geven aan het onderwijsaanbod aan nieuwkomers. Er zijn 3 routes onderscheiden (van langzaam tot snel lerend) met 8 uitstroomprofielen zoals VMBO- kader, MBO 2 etc. Hierbij wordt in een leerlijn aangegeven wat er nodig is om het gewenste doorstroomniveau naar het regulier onderwijs te bereiken. Vooral de streefdoelen NT2 (Nederlands als tweede taal) op het gebied van lezen, spreken, luisteren, gesprekken voeren, schrijven zijn vastgesteld zodat de ISK doelgericht kan werken naar een goede uitstroom. Het regulier onderwijs weet dan op welk niveau ze binnen komen.

Doorstroom naar regulier onderwijs

De streefdoelen NT2 geven een belangrijke indicatie voor doorstroom naar het regulier onderwijs en naar werk. We gaan er echter van uit dat de taalverwerving van de leerling wordt voorgezet in het reguliere onderwijs. De leerling is nog niet ‘klaar’ als hij of zij de ISK verlaat. Juist in de echte schoolse omgeving van het reguliere onderwijs zijn veel aanknopingspunten om de taal beter te leren. Daarvoor is het natuurlijk wel van belang dat deze docenten taalstimulerend lesgeven en de leerling de ruimte krijgt om nog steeds een ‘tweede- taalverwerver’ te zijn. Je kunt een leerling van 14 jaar die twee jaar in een ISK heeft gezeten en instroomt in het 2e jaar van het vmbo, niet gelijk stellen aan een van zijn klasgenootjes die al 14 jaar het Nederlands als moedertaal heeft. De ISK is de start, er ligt ook een inspanningsverplichting bij het vervolgonderwijs. De leerlingen zullen na twee jaar al vrij vloeiend het alledaagse taalgebruik kunnen toepassen, maar de verwerving van de schooltaal duurt vaak veel langer. Iedere docent zal taalgericht vakonderwijs moeten geven.

School is meer dan kennisinstituut

Het gaat niet alleen om vluchtelingen, maar ook om kinderen van arbeidsmigranten, kinderen die in het kader van gezinsvorming naar Nederland komen etc. Wat ze met elkaar gemeen hebben is dat ze ontheemd zijn. Ze hebben afscheid moeten nemen van mensen en dingen die hen dierbaar waren. Meestal zijn het de ouders of familie die de keuze maken maakten om te vertrekken. Zij hebben hoge verwachtingen van de kinderen, die moeten gaan slagen in het nieuwe land. Een goede toekomst voor de kinderen is vaak het motief om weg te gaan.
School is een toegangspoort tot Nederland. Het biedt structuur en uitdaging.

Deel deze paginaShare on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Reacties zijn gesloten.