main-logo
Primair onderwijs
Leerlijnen PO

Voor het nieuwkomersonderwijs

Leerlijnen PO

Met de LOWAN-ontwikkellijnen kleuters en de LOWAN-leerlijnen 3-8 verwachten wij de leerkrachten richting en inzicht te geven waar accenten liggen als het gaat om het aanleren van de Nederlandse taal passend bij de ontwikkelingsfase. Tegelijkertijd willen we bij de leerkrachten een bewustzijn creëren dat deze doelgroep een specifieke aanpak en begeleiding nodig heeft. Deze ontwikkellijnen en leerlijnen bieden ondersteuning aan het doelgericht werken met deze nieuwkomers.  

Zorgen dat nieuwkomers een zo goed en vlot mogelijk de Nederlandse taal leren op een manier die past bij de leeftijd van de leerling daarnaast zich ontwikkelen in de basisvaardigheden voor een goede doorstroom naar het reguliere basisonderwijs waarbij gestreefd wordt naar een goede aansluiting bij leeftijdsgenoten. 

Met leerlijnen aan de slag? Lees eerst dit

  • Waarom zijn de leerlijnen ontwikkeld?

    De leerlijnen zijn ontwikkeld om ervoor te zorgen dat er meer uniformiteit is in de werkwijze in het nieuwkomersonderwijs. De leerlijnen beschrijven wat in het nieuwkomersonderwijs aan bod moet komen voor een goede doorstroom naar het reguliere onderwijs. Zodat scholen kunnen voortbouwen op wat de nieuwkomersleerling nodig heeft om uiteindelijk aan te kunnen sluiten bij leeftijdsgenoten. Én dat de leerlijnen bijdragen aan de communicatie tussen scholen en de doorgaande lijn, bijvoorbeeld wanneer een leerling verhuist naar een andere plaats.  

    Daarnaast om ervoor te zorgen dat (beginnende) leerkrachten meer zicht krijgen op de leerdoelen die in het lesstofaanbod gedekt moeten zijn en bij kleuters welke doelen in de onderwijsspelleersituaties aan bod moeten komen. Waarbij wordt aangesloten bij wat een leerling nodig heeft en bij de kennis en vaardigheden waarover een leerling al beschikt.  

  • Door wie zijn de leerlijnen ontwikkeld?

    De leerlijnen zijn ontwikkeld door een expert groep vanuit de praktijk. Deze expertgroep wordt ondersteund door Saskia Versloot van de Ijsselgroep en Femke Scheltinga van ITTA.

  • Hoe zijn de ontwikkellijnen en leerlijnen opgebouwd?

    De doelen in de ontwikkellijnen kleuters en de leerlijnen 3-8 zijn gebaseerd op bestaande doelen, deze zijn als bron gebruikt, waardoor de doelen herkenbaar zijn.  

    Per domein is de opbouw verschillend. Zo zijn de doelen voor technisch lezen, spelling en rekenen meer cursorisch (opeenvolgend in deelvaardigheden) opgebouwd. Indien nodig kunnen de doelen herhaald worden aangeboden om tot (voldoende) beheersing te komen, bijvoorbeeld het herhalen van de twee-tekenklanken.  

    Bij de domeinen mondelinge taalvaardigheid, woordenschat en begrijpend lezen is dat net iets anders. Daar is ook sprake van herhaald aanbod, steeds betere beheersing en verdieping van kennis, maar de doelen zijn niet opeenvolgend. Dus sommige doelen staan zowel op de kaart van groep 3 /4, als op die van 5 t/m 8. Bij deze doelen kan de context van de activiteit de moeilijkheid bepalen. Bijvoorbeeld: het doel ‘luisteren naar een verhaal’ kan in de verschillende contexten: luisteren naar een prentenboek van Dikkie Dik ‘Kroos in de sloot’ of luisteren naar een tekst of filmpje over waterzuivering. Door het voortdurend herhaald aan bod laten komen van deze doelen wordt in een steeds meer complexere activiteit/taak de vaardigheid en/of kennis vergroot.  

    Het is belangrijk dat nieuwkomersleerlingen worden voorzien in hun NT2-onderwijsbehoeften. Daarom zijn de doelen zo geformuleerd dat leerkrachten worden gestimuleerd om hun onderwijsaanbod/-aanpak hierop af te stemmen. De rode woorden in de doelen zijn nieuwkomers specifiek en de schuingedrukte tekst onder de doelen vertelt hoe het werken aan het doel er in de praktijk eruit kan zien.  

    Op iedere doelenkaart is de opbouw voorwaardelijke doelen, minimale doelen, streefdoelen alle leerlingen en extra streefdoelen te zien en is bedoeld om richting te geven aan waar naartoe gewerkt moet worden met de nieuwkomersleerling. Daarnaast biedt het ondersteuning bij het bepalen van het doorstroomniveau.  

  • Hoe bepaal je de beginsituatie en waarom is dit zo cruciaal?

    Wanneer een nieuwkomersleerling start moet de beginsituatie worden bepaald om inzichtelijk te krijgen waar de leerling staat in zijn ontwikkeling. Het bepalen van de beginsituatie is de basis om vervolgens het doorstroomniveau te bepalen en doelgericht het onderwijs aan de nieuwkomersleerling vorm te geven. Dit wordt per domein gedaan. 

    Op de doelenkaarten van de verschillende domeinen en leeftijden staan in de gele of blauwe cirkels bovenaan de kaart, specifieke vragen om de beginsituatie te bepalen. De vragen kunnen aan de hand van oudergesprekken, observaties en eventuele toetsen/testen worden beantwoord. Vervolgens door middel van de doelen op de kaart, door na te gaan of deze al zichtbaar zijn. Welke beheerst de leerling bij het bepalen van de beginsituatie?  

  • Op welke manier observeer ik met de ontwikkellijnen en leerlijnen?

    Alle doelenkaarten kunnen gebruikt worden voor het observeren, per doel kan worden aangeven in welke mate het doel zichtbaar is bij de leerling. Niet zichtbaar/soms zichtbaar/wisselend zichtbaar/vaak zichtbaar/overwegend zichtbaar. Wanneer het doel overwegend zichtbaar is, kan ook worden gezegd dat het doel is behaald.  

  • Wat is het verschil tussen de ontwikkellijnen kleuters en de leerlijnen 3-8?

    De ontwikkeldoelen kleuters sluiten aan bij de zone van de naaste ontwikkeling van kleuters en zijn zo geformuleerd dat de doelen in een rijke taal (speel)leeromgeving aan bod kunnen komen. Kleuters ontwikkelen zich door te spelen met hoge betrokkenheid. Daarom is het belangrijk om de ontwikkeldoelen niet cursorisch te gebruiken maar blijvend te herhalen (blauwe swirl op kaarten) waardoor het ontwikkeldoel steeds meer zichtbaar wordt bij de kleuter. Daarbij is het passend bij de kleuter dat de ontwikkeling zowel bij de voorwaardelijke doelen als bij de minimale doelen, streefdoelen alle leerlingen en extra streefdoelen door elkaar zichtbaar is.  

    De leerlijnen 3-8 sluiten aan bij de ontwikkeling van nieuwkomersleerlingen en zijn geformuleerd als aanbodsdoelen. Deze doelen helpen om kritisch te kijken naar bestaande bronnen/methodes/didactieken om het onderwijsaanbod af te stemmen en kan indien mogelijk worden versneld in de leerstof. De aanbodsdoelen voor de vakgebieden technisch lezen, spelling en rekenen zijn meer cursorisch en kunnen naast observatie gemonitord worden door middel van methode onafhankelijke en methode toetsen.  

    Het verschil tussen de ontwikkellijnen kleuters en de leerlijnen 3-8 komt dus neer op aansluiting bij de ontwikkeling passend bij de leeftijd en het aanbod.  

  • Welke wetenschappelijke basis ligt er onder de LOWAN-ontwikkellijnen kleuters en de LOWAN-leerlijnen 3-8?

    De ontwikkellijnen en leerlijnen zijn ontwikkeld door twee werkgroepen met leden vanuit de praktijk met ondersteuning van Saskia Versloot van de IJsselgroep en Femke Scheltinga van ITTA.

    Bekijk de literatuurlijst LOWAN-ontwikkellijnen kleuters en LOWAN-leerlijnen 3-8

  • Hoe werk je met de ontwikkellijnen en leerlijnen?

    De ontwikkeldoelen en inhoudelijke leerdoelen zijn het uitgangspunt om het onderwijsaanbod voor nieuwkomers af te stemmen. Deze zijn ontwikkeld voor verschillende domeinen en per domein wordt de kaart gekozen die past bij de leeftijd van de leerling. Op die manier sluit je aan bij de zone van de naaste ontwikkeling van de leerling. De doelen zijn zo omschreven dat het richting geeft aan wat de nieuwkomersleerling nodig heeft om zo snel mogelijk een zo goed mogelijke aansluiting te maken bij zijn leeftijdsgenoten. Waar mogelijk kunnen de doelen gebruikt worden om in te zetten op versnellen in de leerstof.  

    Het werken met de doelen is een cyclisch proces. De doelen komen herhaald aan bod en het aantal doelen wordt steeds verder uitgebreid. Dat betekent dat de beheersing van de vaardigheden steeds verder toeneemt en dat het aantal vaardigheden toeneemt. Door te observeren met de ontwikkellijnen en leerlijnen vindt monitoring plaats. Daarnaast kan er worden getoetst en geven de zwevende DLE’s bij de domeinen technisch lezen, spelling en rekenen richting om passende toetsen te vinden. Tussentijds wordt er steeds geëvalueerd. Dat gebeurt in de les maar ook na korte, middellange en lange termijn. In elk geval na een periode van 10 à 13 weken zodat er weer kritisch naar het onderwijsaanbod gekeken kan worden en er aanpassingen worden gedaan.  

    Op de website wordt bij ieder domein, de specifieke werkwijze horende bij de doelenkaart beschreven.  

  • Hoe kan je cyclisch werken met de ontwikkellijnen en leerlijnen?

    Het cyclisch werken met de ontwikkellijnen en leerlijnen doe je door het stappenplan te volgen. Zie de animatie stappenplan leerlijnen en ‘werken met de ontwikkeldoelen’, ‘werken met de leerdoelen op de paginas ontwikkellijnen kleuters en leerlijnen 3-8.  

  • Hoe bepaal je het doorstroomperspectief?

    De intake, de oudergesprekken, de bepaalde beginsituatie en de doelenkaarten helpen om het doorstroomniveau per domein te bepalen.  

  • Waar vind ik mee informatie over het onderwijsaanbod passend bij de doelen?

    De doelen op de doelenkaarten zijn zo geformuleerd dat deze helpend zijn om het onderwijsaanbod af te stemmen. Daarnaast is op deze website bij vakgebieden veel informatie te vinden. Verder wordt de website gevuld met inkijkjes die een impressie geven van hoe het aanbod er in de onderwijspraktijk uit kan zien.  

  • Waarom staan er bij sommige doelen blauwe bolletjes met daarin een dle (zwevende dle)?

    De blauwe bolletjes op de doelenkaarten met daarin een DLE noemen we een zwevende DLE. De vermelde DLE is geen harde norm, maar een handvat om bijpassende leerstof en toetsen te kiezen. Als voorbeeld: DLE 15 verwijst naar leerstof en toetsen passend bij midden groep 4. In dit voorbeeld geeft de DLE van 15 ook richting aan wat de opbrengst van een toets kan zijn waarbij het zeer wenselijk is om met de doelen, van desbetreffend domein, erbij te monitoren, analyseren en evalueren. Op die manier wordt de ontwikkeling van de leerling goed in beeld gebracht en wordt inzichtelijk waar herhaling of extra ondersteuning nodig is.  

  • Is er een doorgaande lijn van de ontwikkellijnen kleuters naar de leerlijnen 3-8?

    De ontwikkellijnen kleuters en de leerlijnen 3-8 bevatten een doorgaande lijn. Dit betekent dat wanneer een nieuwkomerskleuters doorstroomt naar groep 3 er verder kan worden gegaan met de leerlijnen 3-8. Indien nodig kan er worden voortgebouwd op waar de kleuter staat in zijn ontwikkeling volgens de ontwikkellijnen kleuters.  

    Andersom is het mogelijk dat wanneer een nieuwkomersleerling in de leeftijd van groep 3-8 nog niet kan aansluiten bij de voorwaardelijke doelen van de leerlijn 3-8, van een bepaald vakgebied, er gekeken wordt naar wat aan deze leerling nog aangeboden moet worden vanuit de ontwikkellijnen kleuters. Dit vraagt een tijdelijke leerling specifiek aanbod om te voorzien in de onderwijsbehoeften van deze leerling. De nadruk ligt hierbij op tijdelijk omdat ook voor de nieuwkomersleerling met deze onderwijsbehoeften het streven van een zo goed mogelijke aansluiting bij leeftijdsgenoten van belang is. Nieuwkomersleerlingen die deze onderwijsbehoeften hebben, zijn vaak de niet geschoolde leerlingen en soms de langzamer lerende leerlingen (verkregen uit de nieuwkomers onderwijspraktijk).  

  • Wordt er met de LOWAN-leerlijnen ook toegewerkt naar de referentieniveaus 1S/1F, 2F?

    “De referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen schrijven voor wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen. De referentieniveaus gelden voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (mbo).” (Referentieniveaus taal en rekenen | Taal en rekenen op school | Rijksoverheid.nl)

    Een van de doelen van de LOWAN-leerlijnen is om ervoor te zorgen dat nieuwkomersleerlingen zo goed en zo snel mogelijk kunnen aansluiten bij leeftijdsgenoten. Ook met de LOWAN-leerlijnen wordt toegewerkt naar 1S/1F, dan wel 2F en dat behoeft enige uitleg.

    Begrippen

    • Het fundamentele niveau: Het niveau dat een leerling minimaal aan het einde van de basisschoolperiode moet behalen, wordt ook wel het 1F-niveau genoemd.
    • Het streefniveau: Waar we naar toe willen werken is 1S.

    De LOWAN-leerlijnen zijn in eerste instantie ontwikkeld voor het eerste jaar dat de nieuwkomersleerling onderwijs in Nederland volgt. Daarnaast om richting te geven aan het onderwijsaanbod in het nieuwkomersonderwijs. De onderverdeling van voorwaardelijke doelen, minimale doelen, streefdoelen en extra streefdoelen ondersteunen hierbij. Na het eerste jaar onderwijs in Nederland (of zoveel eerder een leerling er aan toe is) kunnen de leerlijnen worden voortgezet, totdat de nieuwkomersleerling met een desbetreffend vakgebied kan aansluiten bij de leerstof van de leeftijdsgenoten in het reguliere onderwijs. Op dat moment is het uitermate belangrijk om met desbetreffend vakgebied af te stappen van de LOWAN-leerlijn. De leerling volgt dan de (reguliere)leerlijn passend bij zijn leeftijd, waarbij wordt toegewerkt naar tenminste 1S/1F. Op die manier wordt ook de nieuwkomersleerling voorzien in wat hij moet kennen en kunnen volgens de referentieniveaus.

    Er zijn nieuwkomersleerlingen die aan het einde van de basisschoolperiode naar Nederland komen, waardoor zij een grotere inhaalslag moeten maken. Bij doorstroom naar het reguliere basisonderwijs kan de leerachterstand ten opzichte van leeftijdsgenoten nog groot zijn. Het is dan belangrijk dat de inhaalslag waarop is ingezet ook wordt voorgezet in het reguliere onderwijs. Er is dan voor deze leerling een plan nodig, waarin het versnellen in de leerstof is opgenomen en waarin de NT2-specifieke aanpak is beschreven. Het is belangrijk om te streven naar aansluiten bij de leerstof van de leeftijdsgenoten. Op sommige domeinen zal ingezet worden op hiaten. Op andere domeinen zal het versterken van het (groeps)aanbod nodig zijn. Dit kan door middel van pre-teaching en herhaling van de lesstof en te voorzien in de NT2-onderwijsbehoeften.

    Mocht uiteindelijk blijken dat de nieuwkomersleerling langzamer dan gemiddeld leert, dan kan er gekeken worden of voor desbetreffend vakgebied een leerroute 2 of 3 volgens de passende perspectieven nodig is. Passende perspectieven taal & rekenen – SLO

    Kortom, ook met de LOWAN-leerlijnen 3-8 wordt uiteindelijk toegewerkt naar de referentieniveaus.

Deel deze pagina