Onderwijs aan nieuwkomers
De ontwikkellijnen en ontwikkelingsgebieden voor kleuters
De ontwikkellijnen kleuters zijn ontwikkeld om binnen het kerndoeldekkend aanbod duidelijke accenten aan te brengen voor nieuwkomerskleuters. Ze laten zien wat jonge nieuwkomers in de eerste periode nodig hebben en omvatten zowel ontwikkellijnen als ontwikkelgebieden.
Ze bieden onderwijsprofessionals richting en inzicht bij het aanleren van de Nederlandse taal aan jonge nieuwkomers, en benadrukken dat deze doelgroep om een specifieke aanpak en begeleiding vraagt. De ontwikkellijnen ondersteunen teams op nieuwkomersvoorzieningen en reguliere scholen bij het doelgericht vormgeven van het onderwijs.
Op deze pagina informatie over de ontwikkellijnen, ontwikkelingsgebieden en de schooltaalwoordenlijst en lees je hoe je vanuit de beginsituatie van de kleuter doelen stelt en cyclisch werkt.
Hoe leren kleuters?
Kleuters maken een indrukwekkende ontwikkeling door. Hun hersenen zijn enorm ontvankelijk voor nieuwe informatie en dus ook voor taal. In een taalrijke speel-leeromgeving ontdekken en leren ze voortdurend en in hoog tempo over de (nieuwe) wereld om hen heen, vooral via spel met grote betrokkenheid. Dit geldt ook voor het leren van een nieuwe taal en de bijbehorende klanken.
Spelend leren vormt de basis voor het schoolse leren. Soms gebeurt dit expliciet in een meer gestuurde onderwijsleersituatie, soms impliciet.
Lees meerBij het onderwijs aan het jonge kind zijn de onderwijsleersituaties vaak in spel, buitenspelen of hoeken (ook wel impliciet leren of incidenteel leren genoemd). Soms is de onderwijsleersituatie meer gestuurd, zoals in een kleine kring (ook wel expliciet of intentioneel leren genoemd). Bij expliciet of intentioneel leren is van tevoren duidelijk wat de leerresultaten zouden moeten worden en welke verscheidenheid aan leerprestaties geleverd moeten worden. Bij impliciet of incidenteel leren is dit niet altijd op voorhand gespecificeerd. Leren is dan meer een bijproduct van handelen of denken. Het verdient de voorkeur om de nieuwkomers kleuters in een veilige, betekenisvolle en rijke taalleeromgeving met een spelgeoriënteerd aanbod te ondersteunen om het Nederlands als nieuwe taal te leren. Nadat de kleuter gewend is in de klas en de leerkracht middels observatie zicht heeft op de ontwikkeling van de kleuter, kan er door middel van de ontwikkellijnen aangesloten worden bij de zone van de naaste ontwikkeling van de kleuter.
Impliciet leren is gelegenheid bieden doelen te bereiken die opgesloten liggen in een gecreëerde situatie. Deze doelen liggen doorgaans besloten in spel en in imitatie van de werkelijkheid (bijvoorbeeld in hoeken).
Ontwikkellijnen kleuters
De ontwikkellijnen richten zich op vakgebieden waarvan uit de praktijk bekend is dat deze bij nieuwkomerskleuters anders verlopen dan bij regulier ingestroomde (van huis uit Nederlands sprekende) kleuters. Ze helpen je om accenten te leggen in jouw onderwijs. Hieronder 3 ontwikkellijnen.
Ontwikkelgebieden
Voor spel-, motorische, sociaal‑emotionele ontwikkeling en rekenen zien we dat de ontwikkeling bij nieuwkomerskleuters in de basis niet anders verloopt dan bij regulier ingestroomde kleuters. Wel bepaalt de omgeving van het kind in hoeverre het al ervaring heeft opgedaan binnen deze domeinen. Daarnaast hangt de ontwikkeling op deze gebieden sterk samen met de taalontwikkeling: een voorspoedige taalontwikkeling helpt kinderen hun eigen wereld en die om hen heen beter te begrijpen.
Daarom is voor deze ontwikkelingsgebieden geen uitgewerkte ontwikkellijnen met doelen opgenomen. In plaats daarvan vind je een toelichting én per ontwikkelingsgebied een kaart met specifieke informatie voor nieuwkomerskleuters.
Schooltaalwoorden
Schooltaalwoorden zijn woorden die kinderen nodig hebben om te kunnen deelnemen aan onderwijsleersituaties. De schooltaalwoordenlijst voor nieuwkomerskleuters is gebaseerd op de BAK‑lijst en afgestemd op het jonge anderstalige kind. De lijst helpt bij het aanbieden van taal die nodig is om instructies te begrijpen, mee te doen in de groep en emoties te uiten. Door woorden in betekenisvolle taalfragmenten aan te bieden, onthouden kinderen ze beter. De lijst is een hulpmiddel om doelgericht te werken met nieuwkomerskleuters.
Naar schooltaalwoordenlijstDe doelen in de ontwikkellijnen kleuters en de leerlijnen 3-8 zijn gebaseerd op bestaande doelen, deze zijn als bron gebruikt, waardoor de doelen herkenbaar zijn. Het is belangrijk dat nieuwkomersleerlingen worden voorzien in hun NT2-onderwijsbehoeften. Daarom zijn de doelen zo geformuleerd dat leerkrachten worden gestimuleerd om hun onderwijsaanbod/-aanpak hierop af te stemmen. De leerlijnen voor technisch lezen, spelling en rekenen bestaan uit de cruciale doelen. Door het onderwijsaanbod af te stemmen op de doelen waar nog hiaten liggen en die de leerling nog niet beheerst om te kunnen aansluiten op leeftijdsadequaat niveau kunnen er sprongen worden gemaakt door de leerstof. Indien nodig kunnen de doelen herhaald worden aangeboden om tot (voldoende) beheersing te komen, bijvoorbeeld het herhalen van de twee-tekenklanken. De leerlijnen voor mondelinge taalvaardigheid, woordenschat, begrijpend lezen en schrijven zijn gespecificeerd naar de onderwijsbehoeften van nieuwkomers. Specifiek is bijvoorbeeld de opbouw in deze doelen van begrijpen (receptieve vaardigheden), naar gebruiken (productieve vaardigheden) en uiteindelijk toepassen van kennis en/of vaardigheden in een nieuwe situatie. Zo ook de opbouw van non-verbaal, durven in de thuistaal en/of Nederlands taal naar het kunnen in de Nederlandse taal. Daarnaast zijn ze zo opgebouwd dat alle doelen herhaald en toenemende complexiteit kunnen worden aangeboden. Hierdoor zal de leerling de vaardigheid steeds beter beheersen en kan hij of zij deze in een steeds complexere taken toepassen. Sommige doelen staan zowel op de kaart van groep 3 /4, als op die van 5 t/m 8. Bij deze doelen kan de context van de activiteit de moeilijkheid bepalen. Bijvoorbeeld: het doel ‘luisteren naar een verhaal’ kan in de verschillende contexten: luisteren naar een prentenboek van Dikkie Dik ‘Kroos in de sloot’ of luisteren naar een tekst of filmpje over waterzuivering. Door het voortdurend herhaald aan bod laten komen van deze doelen wordt in een steeds meer complexere activiteit/taak de vaardigheid en/of kennis vergroot. Op iedere ontwikkel-of leerlijn is de opbouw voorwaardelijke doelen, minimale doelen, streefdoelen alle leerlingen en extra streefdoelen te zien en is bedoeld om richting te geven aan waar naartoe gewerkt moet worden met de nieuwkomersleerling. Daarnaast biedt het ondersteuning bij het bepalen van het doorstroomperspectief.
Jonge (nieuwkomers) kinderen maken een spectaculaire ontwikkeling door. Hun hersenen zijn enorm ontvankelijk voor het opnemen en verwerken van nieuwe informatie en dus ook taal. Door te spelen met een hoge betrokkenheid ontdekken en leren ze in een rijke taalomgeving voortdurend en in een snel tempo over de (nieuwe) wereld om hen heen. Dit geldt ook voor de voor hen nieuwe taal en de bijbehorende klanken. Daarbij is het goed om te weten dat de jonge taalleerling zich veelal niet bewust is van het verschijnsel ‘talen’. Bovengenoemde belangrijke ontwikkelfasen van spelend leren vormen de basis voor het schoolse leren.
Ontwikkellijnen voor kleuters: Ontwikkellijnen:
- Mondelinge taalvaardigheid
- Woordenschat
- Geletterdheid
- Spel
- Motoriek
- Sociaal emotioneel
- Rekentaal
- Mondelinge taalvaardigheid 3-4
- Mondelinge taalvaardigheid 5-8
- Technisch lezen 3-4
- Technisch lezen 5-8
- Spelling 3-4
- Spelling 5-6
- Spelling 7-8
- Woordenschat 3-8
- Schrijven 3-4
- Schrijven 5-8
- Begrijpend lezen 3-8
- Rekenen 3-4
- Rekenen 5-6
- Rekenen 7-8
- Sociaal emotionele ontwikkeling
Beginsituatie en doorstroomperspectief
Beginsituatie
Geef de nieuwkomerskleuter een sterke start door de beginsituatie goed in kaart te brengen. Begin met informatie verzamelen over de kleuter. Dit doe je tijdens het inschrijfgesprek met ouders/verzorgers. Ga vervolgens verder met de verlengde intake.
Ga na over welke kennis, vaardigheden en ervaring de kleuter beschikt door ouder gesprekken en gerichte observaties. Breng de onderwijsbehoeften in kaart en stel de beginsituatie van de kleuters vast. Gebruik hiervoor de gele cirkel ‘beginsituatie bepalen’ op de verschillende ontwikkellijnen en ontwikkelingsgebieden. De vragen die hierin staan, zijn helpend.
Observeer welke ontwikkeldoelen de kleuter al beheerst, welke zichtbaar zijn en welke nog niet. Het kan zijn dat het een paar van de voorwaardelijke doelen zijn en een paar van de minimum doelen terwijl van beide een aantal nog niet zichtbaar zijn. Leg de beginsituatie vast in het leerlingvolgsysteem. Bepaal nu het doorstroomperspectief.
Doorstroomperspectief
Bij de start van een nieuwkomerskleuter bepaal je aan de hand van de beginsituatie het doorstroomperspectief. Staat de beginsituatie? Bepaal vervolgens het doorstroomperspectief voor het eerste jaar. Aan de hand van de beginsituatie bepaal je per vakgebied welke doelen je wilt behalen met de leerling. Heb hoge en reële verwachtingen. Zet het doorstroomperspectief dat je hebt bepaald voor de verschillende vakgebieden weg in het volgsysteem.
Neem in ieder geval de streefdoelen alle kleuters/leerlingen als richtlijn voor het eerste jaar onderwijs in Nederland. Let op: neem daarbij wel het startniveau per vakgebied als uitgangspunt. Ligt het startniveau bij de minimum doelen dan ga je na welke extra streefdoelen het doorstroomperspectief wordt. Om hoge verwachtingen te hebben, kan je 2 leerjaren in 1 schooljaar als richtlijn nemen.
Uitgelicht: twee mooie artikelen
Cyclisch werken met de ontwikkellijnen
Werken met de ontwikkellijnen doe je door cyclisch aan de doelen te werken. Je plant doelen voor de lange termijn in het doorstroomperspectief en voor de korte termijn binnen een periode of les. Zo breng je de ontwikkeling van de leerling goed in beeld, stem je het onderwijs af op veranderende onderwijsbehoeften en blijf je werken met hoge verwachtingen.
Daarmee vergroot je de onderwijskansen van de leerling en zorg je voor een zo goed mogelijke aansluiting bij leeftijdsgenoten in de reguliere klas. Het Stappenplan cyclisch werken met de ontwikkellijnen (zie hieronder) beschrijft dit cyclische proces.
-
Stap 1: Beginsituatie en doelen bepalen
In de eerste drie weken breng je (per domein) de onderwijsbehoeften in kaart en stel je de beginsituatie van de kleuter vast. Het gesprek met ouders is hierbij cruciaal. Door oudergesprekken én gericht observaties krijg je zicht op de kennis, vaardigheden en ervaringen die de kleuter al heeft opgedaan.
Beginsituatie bepalen
In de eerste drie weken breng je (per domein) de onderwijsbehoeften in kaart en stel je de beginsituatie van de leerling vast. Het gesprek met ouders is hierbij cruciaal. Door oudergesprekken én gericht observaties krijg je zicht op de kennis, vaardigheden en ervaringen die de kleuter al heeft opgedaan.
Op de ontwikkellijn vind je rechtsboven in een cirkel met vragen die kunnen helpen bij het bepalen van de beginsituatie. Ook de ontwikkeldoelen op de ontwikkellijn ondersteunen daarbij.
Het doorstroomperspectief
Vervolgens plan je doelen voor de lange termijn: de aanbodsdoelen die voor de instapfase (het eerste Nederlandse onderwijsjaar) opneemt in het doorstroomperspectief. Daarnaast bepaal je voor de korte termijn welke aanbodsdoelen in een periode van bijvoorbeeld vier weken aan bod komen.
Plannen van korte-termijn doelen
Bepaal voor elke periode of les welke aanbodsdoelen (voorwaardelijke, minimum-, streef- en extra streefdoelen) van toepassing zijn voor de kleuter (of een groepje kleuters). Integreer deze in jouw aanbod en in het thema van de groep. Kijk daarbij ook naar doelen nét boven (of onder) het niveau van de kleuter (of onder), zodat je kunt differentiëren waar nodig.
Kijk voor een lijst met algemene onderwijsbehoeften van nieuwkomers: Onderwijsbehoeften
-
Stap 2: Onderwijsaanbod afstemmen en uitvoeren
Op basis van de gekozen ontwikkeldoelen bepaal je het onderwijsaanbod. Daarbij kun je gebruik maken van diverse bronnen: een kleutermethode, materialen en andere leermiddelen. Maak bewuste keuzes: welke onderdelen uit de les of methode of welke materialen sluiten het best aan bij de doelen die je wilt bereiken, zodat kleuters de volgende stap in hun ontwikkeling kunnen zetten?
Sommige doelen vragen om een expliciete aanpak, terwijl andere juist goed tot hun recht komen in een rijke speelleeromgeving of via impliciet aanbod. In alle gevallen is het belangrijk dat het aanbod betekenisvol is voor de kleuter en aansluit bij zijn of haar ontwikkeling. Kijk hoe je kunt inspelen op eventuele (onderwijs)ervaring.
Zorg voor een aanbod waarin de leerling succeservaringen opdoet én wordt uitgedaagd. Het doel is dat de kleuter sprongen maakt in de ontwikkeling om zo snel en goed mogelijk aan te sluiten bij leeftijdsgenootjes.
-
Stap 3: Monitoren
Door observaties volg je de ontwikkeling van de kleuter nauwlettend. Registreer welke groei de kleuter laat zien tijdens verschillende observatiemomenten. Monitor daarbij of het gaat om voorwaardelijke, minimum-, streef- of extra streefdoelen, en let op het tempo waarin de kleuter zich binnen deze ontwikkeldoelen ontwikkelt.
-
Stap 4: Evalueren en bijstellen
Na iedere les, activiteit (korte termijn cyclus) of een periode 4, 6, 10 of 13 weken (lange termijn cyclus) kijk je in hoeverre de kleuter zich heeft ontwikkeld in relatie tot de gekozen ontwikkeldoelen. Wat lukt de kleuter al goed en waar is in de volgende periode (extra) aandacht voor nodig?
Op basis van deze evaluatie bepaal je welke ontwikkeldoelen je herhaalt en welke nieuwe doelen je plant voor de volgende periode (stap 1).
Zicht op ontwikkeling
Doelen als observatiepunten
Met behulp van de ontwikkellijnen kleuters kun je naast het plannen en evalueren van het aanbod de doelen ook inzetten als observatiepunten. Op formatieve wijze, per activiteit, les of periode, evalueer je het aanbod en volg je hoe de leerling zich ontwikkelt.
Zorg daarnaast voor een volgsysteem waarin je de ontwikkeling van de leerling in bijhoudt. Dit kan een systeem zijn dat ook wordt gebruikt in reguliere groepen, eventueel aangevuld met LOWAN- ontwikkellijnen. Op de pagina Kwaliteitszorg vind je voorbeelden van volgsystemen.
Rekenen gaat over denken in abstracte vorm (en taal). Belangrijk is dus om jonge kinderen kennis te laten maken met die abstractie en bijbehorende taal. Oriënteren op getalbegrip, meten, ordenen en vergelijken, oriënteren op plaats en tijd, oriënteren op ruimte en tijd horen daarbij. Het streven is om de nieuwkomers kleuter zo goed mogelijk voor te bereiden op groep 3. Daarom is het belangrijk dat de nieuwkomers kleuter zich de rekenbegrippen eigen maakt (zie voorwaardelijke doelen leerlijn rekenen groep 3). Ter ondersteuning kun je uit de schooltaalwoordenlijst de rekentaalwoorden gebruiken. Zes tips voor rekentaal met nieuwkomers kleuters:
- Zorg altijd dat de nieuwsgierigheid en het onderzoekende karakter van de kleuter wordt geprikkeld.
- Geef ruimte aan de thuistaal; de kleuter kan hierin al veel (reken)concepten en achtergrondkennis hebben aangelegd.
- Start je rekenactiviteit altijd vanuit een betekenisvolle situatie of een prentenboek, zodat er vanuit de kinderen een natuurlijke nieuwsgierigheid en ontdekkingstocht ontstaat.
- Gebruik rijke rekentaal (model dit) en visualiseer hierbij altijd met handelend materiaal.
- Ondersteun de rekentaal met woordkaarten en/of pictogrammen en/of materiaal dat aansluit bij het thema.
- Meer lezen op de website Wij-leren.nl.
Jonge (nieuwkomers) kinderen maken een spectaculaire ontwikkeling door. Hun hersenen zijn enorm ontvankelijk voor het opnemen en verwerken van nieuwe informatie en dus ook taal. Door te spelen met een hoge betrokkenheid ontdekken en leren ze in een rijke taalomgeving voortdurend en in een snel tempo over de (nieuwe) wereld om hen heen. Dit geldt ook voor de voor hen nieuwe taal en de bijbehorende klanken. Daarbij is het goed om te weten dat de jonge taalleerling zich veelal niet bewust is van het verschijnsel ‘talen’. Bovengenoemde belangrijke ontwikkelfasen van spelend leren vormen de basis voor het schoolse leren.
Terugkijken webinars
Webinar ‘ontwikkellijnen kleuters'
Opname van het LOWAN-po webinar van 9 december 2025.
Webinar ‘Doorstroomperspectief kleuters naar groep 3’
Opname van het LOWAN-po webinar van 14 mei 2024.
Printversie
Er is ook een printversie beschikbaar van de ontwikkellijnen. Daarbij twee tips:
- Alleen in de online-versie is het mogelijk om de extra informatie te lezen of inkijkjes (filmpjes of voorbeelden) per doel te bekijken.
- Kijk met regelmaat of er een nieuwe printversie beschikbaar is. De versiedatum staat onder aan het document.
Anderen bekeken ook:
-
Hoe leren kleuters?
Jonge (nieuwkomers) kinderen maken een spectaculaire ontwikkeling door. Hun hersenen zijn enorm ontvankelijk voor het opnemen en verwerken van nieuwe informatie en dus ook taal. Door te spelen met een hoge betrokkenheid ontdekken en leren ze in een rijke taalomgeving voortdurend en in een snel tempo over de (nieuwe) wereld om hen heen. Dit geldt ook voor de voor hen nieuwe taal en de bijbehorende klanken. Daarbij is het goed om te weten dat de jonge taalleerling zich veelal niet bewust is van het verschijnsel ‘talen’. Bovengenoemde belangrijke ontwikkelfasen van spelend leren vormen de basis voor het schoolse leren.
-
Wat is nodig voor een taalrijke speel-/ leeromgeving?
Bij het onderwijs aan het jonge kind zijn de onderwijsleersituaties vaak in spel, buitenspelen of hoeken (ook wel impliciet leren of incidenteel leren genoemd).
Soms is de onderwijsleersituatie meer gestuurd, zoals in een kleine kring (ook wel expliciet of intentioneel leren genoemd). Bij expliciet of intentioneel leren is van tevoren duidelijk wat de leerresultaten zouden moeten worden en welke verscheidenheid aan leerprestaties geleverd moeten worden. Bij impliciet of incidenteel leren is dit niet altijd op voorhand gespecificeerd. Leren is dan meer een bijproduct van handelen of denken. Het verdient de voorkeur om de nieuwkomers kleuters in een veilige, betekenisvolle en rijke taalleeromgeving met een spelgeoriënteerd aanbod te ondersteunen om het Nederlands als nieuwe taal te leren.Nadat de kleuter gewend is in de klas en de leerkracht middels observatie zicht heeft op de ontwikkeling van de kleuter, kan er door middel van de ontwikkellijnen aangesloten worden bij de zone van de naaste ontwikkeling van de kleuter.
-
Wat is een rijke taal-/leeromgeving?
Binnen een rijke taalleeromgeving is aandacht voor de context waarin de taal gebruikt wordt, de interactie die past bij de taalsituatie en de taalsteun die gegeven kan worden. Op de website van klasse.be staan vele tips en filmpjes hoe je kan werken aan rijke taal in de kleuterklas.
Naar website Klasse.be -
Welke wetenschappelijke basis ligt er onder de LOWAN ontwikkellijnen?
De ontwikkellijnen zijn ontwikkeld door teamleden vanuit de praktijk met ondersteuning van Saskia Versloot van de IJsselgroep.
Bekijk de literatuurlijst van de Ontwikkellijnen nieuwkomers kleuters taal
-
Welke visie ligt onder deze ontwikkellijnen?
Met de ontwikkellijnen van LOWAN voor nieuwkomers kleuters verwachten wij de leerkrachten richting en inzicht te geven waar accenten liggen als het gaat om het aanleren van de Nederlandse taal bij jonge nieuwkomers. Tegelijkertijd willen we bij de leerkrachten een bewustzijn creëren dat deze doelgroep een specifieke aanpak en begeleiding nodig heeft. Deze ontwikkellijnen bieden ondersteuning aan het doelgericht werken met deze nieuwkomers.
Lees meer -
Hoe kan je werken aan rekentaal bij kleuters?
Rekenen gaat over denken in abstracte vorm (en taal). Belangrijk is dus om jonge kinderen kennis te laten maken met die abstractie en bijbehorende taal. Oriënteren op getalbegrip, meten, ordenen en vergelijken, oriënteren op plaats en tijd, oriënteren op ruimte en tijd horen daarbij. Het streven is om de nieuwkomers kleuter zo goed mogelijk voor te bereiden op groep 3. Daarom is het belangrijk dat de nieuwkomers kleuter zich de rekenbegrippen eigen maakt (zie voorwaardelijke doelen leerlijn rekenen groep 3). Ter ondersteuning kun je uit de schooltaalwoordenlijst de rekentaalwoorden gebruiken.
Zes tips voor rekentaal met nieuwkomers kleuters:
- Zorg altijd dat de nieuwsgierigheid en het onderzoekende karakter van de kleuter wordt geprikkeld.
- Geef ruimte aan de thuistaal; de kleuter kan hierin al veel (reken)concepten en achtergrondkennis hebben aangelegd.
- Start je rekenactiviteit altijd vanuit een betekenisvolle situatie of een prentenboek, zodat er vanuit de kinderen een natuurlijke nieuwsgierigheid en ontdekkingstocht ontstaat.
- Gebruik rijke rekentaal (model dit) en visualiseer hierbij altijd met handelend materiaal.
- Ondersteun de rekentaal met woordkaarten en/of pictogrammen en/of materiaal dat aansluit bij het thema.
- Meer lezen op de website Wij-leren.nl.
-
Hoe kun je leren door middel van spel? (impliciet leren)
Impliciet leren is gelegenheid bieden doelen te bereiken die opgesloten liggen in een gecreëerde situatie. Deze doelen liggen doorgaans besloten in spel en in imitatie van de werkelijkheid (bijvoorbeeld in hoeken).
-
Waarom zijn de doelen verdeeld in voorwaardelijke, minimale doelen, streefdoelen en extra streefdoelen?
De ontwikkellijnen kleuters en de leerlijnen 3-8 zijn verdeeld in voorwaardelijke doelen, minimale doelen, streefdoelen en extra streefdoelen. Deze verdeling is ondersteunend bij het hebben van hoge en realiseerbare verwachtingen van nieuwkomersleerlingen. En om ervoor te zorgen dat de nieuwkomersleerling zo snel en zo goed mogelijk kan aansluiten bij leeftijdsgenoten. Daarnaast biedt het ondersteuning bij het bepalen van het doorstroomniveau per vakgebied. De leerlijnen met daar bijhorende doelen zijn ontwikkeld voor alle eerstejaars nieuwkomers, van ongeschoold tot geschoold.
De voorwaardelijke doelen zijn de doelen die voorwaardelijk zijn om de minimale en streefdoelen te kunnen behalen en vormen de basis.
De minimale doelen zijn de doelen die alle nieuwkomersleerlingen in het eerste jaar dat zij onderwijs in Nederland volgen ten minste moeten behalen. Lukt dit niet dan is het erg belangrijk om extra na te gaan welke onderwijsbehoeften de nieuwkomersleerling heeft en waarom deze leerling zich minder snel ontwikkelt m.b.t. desbetreffend vakgebied.
De streefdoelen alle leerlingen zijn de doelen die voor alle nieuwkomersleerlingen in het eerste jaar dat zij onderwijs in Nederlands volgen worden nagestreefd. Deze doelen zijn daarmee de richtlijn van wat er na één jaar onderwijs kan worden verwacht.
De extra streefdoelen zijn de doelen voor de leerlingen die meer aankunnen, nog sneller door de leerstof kunnen of die over veel onderwijservaring, vaardigheden en kennis beschikken.
Bij het vakgebied rekenen kan de situatie anders zijn, het kan zijn dat de beginsituatie boven de extra streefdoelen ligt.