Bekijk menu
Leerlingondersteuning

Wat of wie kan helpen als het niet lukt?

Het kan zijn dat je specifieke hulp nodig hebt om een leerling verder te helpen.

Leerlingondersteuning

In het nieuwkomersonderwijs stromen leerlingen in met uiteenlopende onderwijsbehoeften. De beginsituatie bepaalt hoe een leerling start en zich verder ontwikkelt. Denk hierbij aan de leeftijd waarop ze starten in het Nederlandse onderwijs, de onderwijservaring en de culturele achtergrond. Omgevingsfactoren zoals de thuissituatie, het opleidingsniveau van ouders en persoonlijke factoren zoals karakter, cognitieve capaciteiten hebben invloed op de ontwikkeling en het leertempo.   

De ene leerling pakt het Nederlandse onderwijs makkelijk op, de andere heeft meer tijd nodig. Veiligheid, duidelijkheid en structuur zijn belangrijke pijlers voor een voorspoedige ontwikkeling.   

 Soms stromen nieuwkomersleerling in met (tijdelijke) specifieke onderwijsbehoeften. Je kijkt dan wat de leerling nodig heeft en sluit daarbij aan. Vorm een compleet beeld van de leerling: van observatie- tot toetsgegevens, van omgevings- tot persoonlijke factoren. Kijk naar de individuele ontwikkeling en vergelijk de leerling met zichzelf.   

Hieronder tips als je als leerkracht of school handelingsverlegen bent.  Afspraken op regionaal niveau met je samenwerkingsverband en speciaal onderwijs helpen om nieuwkomersleerling met zeer specifieke ondersteuningsbehoeften snel op een passende onderwijsplek te krijgen.   

Afspraken op schoolniveau versterken de ondersteuning aan deze leerlingen. Welke afspraken maak je als team?  

Naar kindgesprekken

Veelgestelde vragen

  • Wat moet ik doen als ik me zorgen maak over de ontwikkeling van een leerling?

    Als je je zorgen maakt over de ontwikkeling van een leerling, kijk dan allereerst hoe je je aanbod in de groep zo kunt aanpassen dat de leerling wel mee kan doet. Heeft de leerling herhaling nodig? Verlengde instructie? Of juist andere instructie? Dit heet de basisondersteuning.

    Door goed zicht op de onderwijsbehoeften van de leerlingen kun je aanpassingen maken of interventies creëren.

    Bespreek met een collega of intern begeleider/kwaliteitscoördinator je zorgen, wellicht hebben zij een goede tip.

    Als na de aanpassingen en tips je je zorgen blijft maken, schaal dan de ondersteuningsroute op.

  • Wanneer schaal ik de ondersteuningsroute op?

    Als de ontwikkeling van een leerling, ondanks interventies, stagneert, onderzoek dan de oorzaak. Sluit eerst omgevingsfactoren uit: De situatie op school zoals geen aansluiting bij leeftijdsgenoten of onrust in de groep kan een rol spelen. Ga in gesprek met ouders als je je zorgen maakt, deel je observaties en vraag hoe zij het zien.

  • Wat is de ondersteuningsroute van onze school?

    De ondersteuningsroute verschilt per school, bestuur of samenwerkingsverband. Het zijn stappen die je volgt bij zorgen over de ontwikkeling van een leerling.

    In het algemeen zijn de stappen:

    1. Bespreek je zorgen intern en met ouders,
    2. Raadpleeg externen.


    Toelichting bij de stappen.

    Stap 1:

    Bespreek intern met collega, intern begeleider/kwaliteitscoördinator en ouders welke interventies nodig zijn.

    • Zorg voor een goed beeld van de leerling, zijn/haar onderwijsbehoeften, omgevingsfactoren en beginsituatie.
    • Kijk of er sprake is van een achterstand, weinig onderwijs of een andere ontwikkeling dan leeftijdsgenoten.


    Stap 2:

    Bij blijvende handelingsverlegenheid, schaal de ondersteuningsroute op en raadpleeg externen. Afhankelijk van de hulpvraag nodig je bijvoorbeeld gemeente (wijk-/sociaal team), samenwerkingsverband, logopedist of psycholoog uit.

    De intern begeleider of kwaliteitscoördinator weet hoe de ondersteuningsroute verloopt binnen jullie school/ samenwerkingsverband.

  • Hoe krijg ik de onderwijsbehoeften van een leerling die kort bij ons op school is zo snel mogelijk in beeld?

    Een brede intake geeft inzicht. Zie ook voor een brede intake: Sterke start – LOWAN.

    Een oudergesprek, observaties en toetsen geven een breed beeld van het kind. Elk kind heeft verschillende bevorderende of belemmerende onderwijsbehoeften. Nieuwkomers hebben daarnaast behoefte aan taalsteun.

    Voor een overzicht van algemene onderwijsbehoeften van nieuwkomers Onderwijsbehoeften-nieuwkomersleerlingen-groep-1-8.

  • Kunnen wij bieden wat deze nieuwkomersleerling nodig heeft?

    Zolang de leerling zich ontwikkelt, mag je aannemen dat je aanbod passend is. Nieuwkomers verschillen sterk in (culturele) achtergrond, onderwijservaring, leeftijd en leertempo. Werk met duidelijke doelen en stem af op de onderwijsbehoeften van de leerling. Zorg voor structuur en een veilige pedagogische basis.

    Twijfel je? Schaal dan op in de ondersteuningsroute.

    Voor een overzicht van algemene onderwijsbehoeften van nieuwkomers Onderwijsbehoeften-nieuwkomersleerlingen-groep-1-8.

  • Hoe helpen we ouders met een kind met een zeer specifieke ondersteuningsvraag met het vinden van de juiste onderwijsplek?

    Alle kinderen hebben recht op onderwijs. Bij aanmelding van een nieuwkomersleerling met specifieke individuele ondersteuningsbehoefte heeft de school zorgplicht en moet de leerling bij voorkeur binnen 6 weken starten op een school. Is 6 weken niet haalbaar dan is de wettelijke maximale termijn binnen 3 maanden.  Lees meer over zorgplicht en wet passend onderwijs via deze twee links:

    Zorgplicht passend onderwijs – Steunpunt Passend Onderwijs

    Stroomschema zorgplicht aanmelding bij reguliere po-school

    Als jullie twijfelen of jullie tegemoet kunnen komen aan de onderwijsbehoeften van de leerling, bespreek dit dan met ouders, specialisten en/of het samenwerkingsverband. Onderzoek samen hoe je de leerling passend onderwijs kunt bieden.

    Wees je bewust dat ouders niet altijd bekend zijn met het Nederlands onderwijssysteem en in sommige gevallen extra ondersteuning nodig hebben bij het vinden van de juiste onderwijsplek.

  • Hoe zorgen we voor een doorgaande lijn voor een nieuwkomersleerling met specifieke individuele onderwijsbehoeften bij verhuizing?

    Onverwachte doorstroom komt bij nieuwkomers vaak voor. Leg daarom zo snel mogelijk de onderwijsbehoeften, het uitstroomperspectief vast en of er contact is geweest met externen. Bij specifieke individuele onderwijsbehoeften die het school/groepsprogramma overstijgen stel je een OPP op.

    Geef ouders bij verhuizing contactgegevens van de school mee (bijvoorbeeld via een visitekaartje) en leg uit dat zij deze aan de nieuwe school moeten geven.

    Neemt de nieuwe school contact op? Zorg – met toestemming van ouders – voor een goede overdracht.

  • Is OPP verplicht voor een nieuwkomer?

    Nee, een OPP is niet standaard verplicht voor alle nieuwkomers. Er zijn uitzonderingen, lees verder.

    Inspectie van het onderwijs stelt dat scholen zicht hebben op ontwikkeling van nieuwkomersleerlingen. Scholen maken afspraken hoe ze dat doen.

    Bij specifieke individuele onderwijsbehoeften die het school/groepsprogramma overstijgen stel je een OPP op.

    Handreiking ontwikkelingsperspectief (OPP): een houvast voor regulier én gespecialiseerd onderwijs – Steunpunt Passend Onderwijs

    Uitzondering geldt voor:

    Samenwerkingsverbanden die een OPP verplicht hebben gesteld. Schoolbesturen bepalen zelf welke leerlingen in aanmerking kom voor ‘extra ondersteuning’. Samenwerkingsverbanden stellen het niveau van de basisondersteuning vast. Nieuwkomers zullen niet altijd voor ‘extra ondersteuning’ in aanmerking komen. In samenwerkingsverbanden waar nieuwkomers onder definitie van ‘extra ondersteuning’ vallen, is een OPP wettelijke verplicht. In samenwerkingsverbanden waar nieuwkomers in beginsel onder ‘basisondersteuning’ vallen is een OPP niet wettelijk verplicht.

    Voor meer informatie lees: Is voor alle nieuwkomers een ontwikkelingsperspectief nodig? | Inspectie van het onderwijs.

    Vraag na bij jouw intern begeleider/kwaliteitscoördinator of bij je Samenwerkingsverband welke afspraken er zijn.

  • Wanneer stel je een OPP op voor een nieuwkomersleerling?

    Als een leerling specifieke individuele onderwijsbehoeften heeft die het school-/groepsprogramma overstijgen is het raadzaam om een OPP op te stellen. Zo werk je cyclisch aan doelen en houd je zicht op de ontwikkeling van de leerling. Het OPP is dan een document dat jou en een vervolgschool direct zicht geeft op wat de leerling nodig heeft en wat werkt.

    Meer lezen over het opstellen van een OPP: Handreiking ontwikkelingsperspectief (OPP): een houvast voor regulier én gespecialiseerd onderwijs – Steunpunt Passend Onderwijs.

  • Hoe interpreteren we het doorstroomdossier van een andere school?

    Met toestemming van ouders ontvangen jullie het dossier van de vorige school. Dit is een mooie basis maar realiseer je dat oude observaties niet meer van toepassing kunnen zijn. Blijf zorgvuldig kijken naar de onderwijsbehoeften en het welzijn van de leerling in de nieuwe context. Veranderende factoren kunnen van invloed zijn op de ontwikkeling van een leerling.

  • Hoe ga ik in gesprek met ouders over een mogelijke doorverwijzing naar een andere school of voorziening?

    Het Nederlandse onderwijssysteem kan sterk verschillen met het onderwijssyteem dat ouders kennen. Voor ouders die zelf geen onderwijservaring hebben, is vaak alles nieuw. Wees geduldig, begripvol en geef uitleg als er sprake is van een mogelijke doorverwijzing. Een goede relatie, ondersteuning en heldere communicatie helpen bij het vinden van een passende onderwijsplek. Zet bij belangrijke gesprekken altijd een tolk in en gebruik visuele ondersteuning. Neem de zienswijze van ouders en de leerling altijd mee in het advies. De inzet van een brugfunctionaris of sleutelpersoon kan helpend zijn in de gesprekken.

    Het ouder- en jeugdsteunpunt van het samenwerkingsverband kunnen jullie daarbij ondersteunen.

  • Is het wenselijk om een leerling die veel heeft verzuimd het eerste onderwijsjaar langer op de taalschool te houden?

    Soms mist een leerling veel onderwijstijd in het eerste jaar. Het uitgangspunt is in principe altijd een vlotte doorstroom naar regulier onderwijs. Of verlenging van de taalklas wenselijk is, hangt af van de onderwijsbehoeften en van wat een vervolgschool kan bieden.

  • Wat moeten we doen als we vermoeden dat er sprake is van een gehoor-/spraak- of taalstoornis?

    Wanneer een kind een nieuwe taal leert, kan er sprake zijn van een stille periode. De leerling praat dan nog niet in de nieuwe taal, maar leert passief misschien al heel veel. Maak je dus niet meteen zorgen als een leerling nog niet (veel) praat.  Bevraag ouders tijdens de intake naar de taalontwikkeling in de eerste taal.

    Nieuwkomers hebben veel baat bij het krijgen van taalsteun. Profiteert de leerling onvoldoende van jullie aanbod, onderzoek dan met behulp van een logopedist/specialist of er andere oorzaken kunnen zijn en welke ondersteuning de leerling nodig heeft.

    Blijf je je zorgen maken of ben je handelingsverlegen? Schaal dan de ondersteuningsroute op, overleg met een logopedist of vraag advies bij cluster 2.

    Ongeveer 5-7% van alle kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS) (Universiteit Utrecht, Kentalis). Dit percentage is voor nieuwkomers niet anders dan voor bijvoorbeeld Nederlandssprekende kinderen. Een TOS komt dus niet vaak voor.

    De juiste ondersteuning voor kinderen met een TOS hangt af van hun specifieke probleem. Een audiologisch centrum geeft handelingsadviezen nadat een TOS is vastgesteld. Ook een logopedist kan adviseren.

  • Waar kan ik terecht als ik me zorgen maak over de ontwikkeling van een leerling?

    Maak je je zorgen om een leerling? Bespreek dit eerst intern met een collega, intern begeleider/ kwaliteitscoördinator en de ouders. Ga met elkaar na of jullie de leerling goed in beeld hebben en of de onderwijsbehoeften duidelijk zijn. Bepaal samen welke interventies jullie gaan doen.

    Bij blijvende handelingsverlegenheid, schaal je de ondersteuningsroute op. Hierbij volg je de afspraken die op jouw school gelden. Deze kun je vinden in het ondersteuningsplan. Een mogelijke vervolgstap kan zijn het uitnodigen van externe specialisten zoals van het samenwerkingsverband of van de gemeente.

  • Wanneer en hoe verwijs ik kinderen door naar het s(b)o?

    Als je denkt dat een leerling niet tot ontwikkeling komt en s(b)o wenselijk is, breng dan de specifieke individuele onderwijsbehoeften in kaart en zet passende interventies uit.

    Ben je handelingsverlegen? Bespreek je hulpvraag intern, met ouders, de kwaliteitscoördinator en met het samenwerkingsverband.

    Gesprekken met en observaties door externe experts kunnen tips opleveren om minder handelingsverlegen te zijn. Het opstellen van een OPP voor leerlingen met specifieke individuele onderwijsbehoeften is nodig.

    Blijven jullie handelingsverlegen? Betrek dan opnieuw het samenwerkingsverband en onderzoek samen wat de beste ondersteuning is en op welke plek. Soms kan een arrangement passend zijn om de juiste ondersteuning op jullie school te kunnen geven. Soms is een andere reguliere school of een s(b)o het best passend. Zie ook vragen over de ondersteuningsroute.

    NB: Houd rekening met de diverse achtergronden van nieuwkomers. Geef kinderen tijd om te wennen en te ontwikkelen. Ritme, structuur en duidelijkheid zijn belangrijk. Realiseer je dat taalscholen op het gebied van het leren van een nieuwe taal veel kunnen bieden.

  • Hoe weten we of reguliere onderwijs passend is voor een leerling die in onze taalklas langzaam ontwikkelt?

    De ene leerling ontwikkelt zich sneller dan de andere, dat is normaal.  Ook kan het lastig zijn het leertempo en de ontwikkeling van een leerling te beoordelen.

    Ga tijdig in gesprek met mogelijke vervolgscholen, bespreek de onderwijsbehoeften van de leerling, verken samen wat zij kunnen bieden en hoe hun aanbod passend wordt voor de leerling.

    Scholen vinden het prettig als je meedenkt en te weten hoe jij komt tot een passend aanbod voor de leerling. Nazorg vanuit de taalklas kan helpend zijn.

    Betrek ouders altijd bij de verkenning, zij kiezen uiteindelijk de school en hebben zorgplicht. Het doel blijft een vlotte doorstroom naar regulier onderwijs en aansluiten bij een groep met leeftijdsgenoten.

    Soms is het mogelijk dat nieuwkomersleerlingen op grond van specifieke individuele onderwijsbehoeften met een arrangement in het reguliere onderwijs instromen. Daarvoor is van belang het samenwerkingsverband tijdig te betrekken. Zij beoordelen of een arrangement passend is.

  • Kan een nieuwkomer langer in een taalklas/school blijven?

    Een vlotte doorstroom naar regulier onderwijs is het doel van een taalschool. Verlenging van de taalklas kan in specifieke gevallen helpen om onderwijsbehoeften scherper te krijgen, extra ontwikkeltijd te bieden of een vervolgschool te vinden. Zorg dat je de onderwijsbehoeften en ontwikkeling van de leerling goed in beeld hebt. Stel concrete doelen voor de verlenging.

  • Wat doen we als we moeilijk een vervolgschool vinden omdat een leerling nog niet op leeftijdsadequaatniveau functioneert?

    Ga tijdig in gesprek met een vervolgschool, toon de leergroei, bespreek de onderwijsbehoeften en refereer aan het Meerjarenmodel (Ruimte voor nieuwe talenten).

    Nieuwkomers hebben na het eerste jaar nog taalsteun/NT2 nodig, wat onder basisondersteuning valt. Wijs scholen daarop. Bied aan om je expertise te delen.

    Tip: Maak op voorhand afspraken met schoolbesturen en samenwerkingsverband over de doorstroom van nieuwkomersleerlingen.

Wettelijk kader

De Wet passend onderwijs is een Nederlandse wet die in 2014 is ingevoerd en ervoor zorgt dat elke leerling, ook met extra ondersteuningsbehoeften, een passende onderwijsplek krijgt in de regio. Scholen zijn verantwoordelijk voor het vinden van een passende plek voor leerlingen (zorgplicht). Het uitgangspunt van passend onderwijs is: regulier als het kan, speciaal als het moet. 

Op grond van een taalachterstand of het leren van Nederlands als tweede taal kunnen wettelijk gezien niet de passend onderwijsmiddelen ingezet worden. 

Als een leerling instroomt in het SO/ SBO is dat (bij het juist naleven van de wet passend onderwijs) op grond van specifieke ondersteuningsbehoeften anders dan het leren van het Nederlands. Een samenwerkingsverband wijst een TLV (toelaatbaarheidsverklaring) toe aan een leerling. 

Meer weten?
Rijksoverheid: Verantwoordelijkheid van scholen
Onderwijsinspectie: Middelen passend onderwijs zijn niet bestemd voor bestrijding taalachterstanden (NT2) 

Ondersteuningsroute

Op elke school in elk samenwerkingsverband is er een mogelijkheid om bij zorgen over de ontwikkeling van een leerling de ondersteuningsroute op te schalen. In gesprek met ouders, school en eventueel externen bespreek je je zorgen. Samen zoek je naar passende interventies. 

Soms is ondersteuning van ouders en/ of verzorgers in de thuissituatie helpend, afstemming over hoe je omgaat met het gedrag van de leerling of soms zijn aanpassing op school nodig. 

De inzet van een tolk is bij complexe gesprekken cruciaal. Het helpt bij uitspreken van wederzijdse verwachtingen en het maken van heldere afspraken. 

Een voorbeeld van een ondersteuningsroute:

Relatie

Ouders en leerling meenemen in je zorgen is belangrijk. In gesprekken met de leerling en met ouders krijg je informatie en kun je samen afspraken maken. Een goede relatie is cruciaal. Schakel een tolk in, zeker bij moeilijk gesprekken. 

 

Informatie over zorgspecifieke thema's en nieuwkomers

Zorg en ondersteuning

Hulpvraag?

Wil jij weten bij welke organisaties je terecht kan met vragen over extra zorg bij nieuwkomers?

Externe organisaties

Veiligheidsmonitor

Iedere school in Nederland om te monitoren of kinderen zich veilig voelen op school. Hoe doe je dit in een groep vol nieuwkomers? Wat moet? Wat is een goed voorbeeld?

Sociale veiligheidsmonitor

Vakliteratuur

Wil je meer achtergrondinformatie over bijv. dyslexie bij NT2-leerders? In de database van vakliteratuur een artikel van Margreet Verboog en ook een van Femke Scheltinga over dit onderwerp.

Naar vakliteratuur

Zorg en ondersteuning specifieke thema's

Hier vind je informatie over specifieke zorgthema’s en nieuwkomers.  

Poster meertaligheid

Taalreis is een praktijk voor alle leeftijden met een groot aantal specialisaties in huis, waarbij onderzoek en behandeling van meertaligheid een belangrijke plaats innemen. Zij hebben een mooie poster ontwikkeld.

Poster meertaligheid

Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafd word je niet, dat ben je al vanaf je geboorte. In iedere klas, dus ook een taalklas, kan een kind met kenmerken van hoogbegaafdheid zitten. De focus in het eerste jaar nieuwkomersonderwijs ligt vooral op het leren van de Nederlandse taal en het zo snel mogelijk aansluiten bij leeftijdsgenoten. Hierdoor wordt hoogbegaafdheid niet altijd (op tijd) gezien en erkend. Het niet (h)erkennen van hoogbegaafdheid kan tot concentratie, motivatie- of gedragsproblemen leiden.

Meer lezen

Vermoeden van dyslexie

Als het leesproces langzaam op gang komt kan de vraag rijzen of er sprake is van een leesprobleem of dyslexie. Bij leerlingen die nieuw in Nederland zijn, en soms voor het eerst (ook op oudere leeftijd) leren lezen is het belangrijk om niet te snel conclusies te trekken. In het onderstaande artikel tips voor een goede signalering.

Naar artikel
Webinar ‘Variatie in meertalige klankontwikkeling, NT2 en TOS’

Tijdens dit webinar gaf Lisa Verbeek ons meer kennis over de klankontwikkeling bij tweetalige peuters en kleuters, zowel in hun eerste als tweede taal. De nadruk lag op de kenmerken van taalontwikkelingsstoornissen (TOS) bij kinderen die het Nederlands als tweede taal (NT2) leren.

Bekijk de opname
TOS of taalachterstand?

De ALDeQ-NL is een oudervragenlijst over de moedertaal(ontwikkeling) van meertalige kinderen. De vragenlijst helpt om meertalige kinderen met en zonder een taalontwikkelingsstoornis te onderscheiden.

Meer over AldeQ-NL

Interesse in scholing?

In de scholingsdatabase vind je een overzicht van trainingen op datum en incompany voor professionals in het PO nieuwkomersonderwijs.

Beeldverhaal over autisme

Met dit beeldverhaal leg je jongeren en hun ouders uit wat autisme is. Ook vertellen we hoe ouders hun kind met autisme kunnen helpen. Deze beeldverhalen zijn er in Tigrinya, Pools, Nederlands en Arabisch.

Ga naar beeldverhalen autisme

Beeldverhaal over adhd

Met dit beeldverhaal leg je jongeren en hun ouders uit wat ADHD is. Ook vertellen we hoe ouders hun kind met ADHD kunnen helpen. Deze beeldverhalen zijn ontwikkeld in Tigrinya, Pools, Arabisch en Nederlands.

Beeldverhalen ADHD

Screeningsinstrument trauma

De ReBTOSS meet het psychisch welbevinden van leerlingen aan de hand van een aantal specifieke gedragsclusters, waarvan uit de literatuur bekend is dat kinderen met psychotrauma dit gedrag kunnen vertonen. Aanwezigheid van deze gedragingen kan wijzen in de richting van trauma, maar toetst de aanwezigheid daarvan niet.

Externe hulporganisaties

 Soms hebben nieuwkomers ondersteuning nodig die buiten de school ligt, bijvoorbeeld op het gebied van trauma, gezinssituatie, gezondheid of opvang. Externe hulporganisaties brengen gespecialiseerde kennis en begeleiding mee die scholen helpt om een stabiel netwerk rondom de leerling te bouwen. Samen creëren jullie de voorwaarden voor groei en toekomstperspectief. 

GGnet

GGnet biedt ondersteuning op het gebied van interculturele zorg. Zij doen dit in Overijssel en Oost-Gelderland.

GGnet

Sensazorg

In de regio Amsterdam, Haarlem en Den Haag is Sensa Zorg werkzaam. Zij bieden hulp aan meer dan 30 verschillende culturen en spreken 20+ talen.

Sensazorg

Sociale kaart NL

Een overzicht van alle interculturele organisaties die in Nederland actief zijn. ARQ is de organisatie die deze gegevens heeft verzameld.

Sociale kaart

Global Talk

Global Talk kan faciliteren in het tolken fysiek, online of telefonisch. Via LOWAN is er korting bij Global Talk.

Global Talk

Meertalige logopedisten

In Nederland zijn veel meertalige logopedisten werkzaam, maar de vindbaarheid van deze logopedisten verloopt moeizaam. Om de vindbaarheid te vergemakkelijken en te vergroten kan je via de onderstaande site deze logopedisten vinden.

Meertalige logopedie

GGZ professionals

Ben je op zoek naar GGZ-professionals die scholen ondersteunen in de thuistaal van de leerlingen? Op de website van PsyGlobal kun je een aanbod vinden van professionals die in hun thuistaal in Nederland werkzaam zijn in de zorgsector.

Naar website

Trauma

Sommige nieuwkomers hebben ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt, zoals oorlog, verlies of een onzekere reis. Ook een verhuizing naar een ander land kan ingrijpend zijn. Traumatisch gedrag kan zich op verschillende manieren en momenten uiten. Soms direct in het eerste jaar, soms later. Met een trauma‑sensitieve aanpak leer je gedrag begrijpen en de veerkracht van de leerling te vergroten. Je creëert een veilige basis: voorspelbaar, rustig en met oog voor stresssignalen. Zo vergroot je de kans dat leerlingen zich durven te openen voor contact, leren en herstel. Wat doe je als je denkt dat er meer nodig is?  

Lees meer op onze thema pagina hierover

Sociale veiligheidsmonitor

Nieuwkomers moeten zich welkom, gezien en veilig voelen om te kunnen leren. Een sociale veiligheidsmonitor geeft inzicht in hun ervaringen op school, zoals gevoelens van veiligheid, aansluiting en sociale relaties. Door regelmatig te monitoren kun je gericht werken aan een positieve groepsdynamiek en een klimaat waarin iedere leerling tot bloei komt. 

Opdracht vanuit inspectie

In het onderzoekskader vanuit Inspectie van het Onderwijs staat in het waarderingskader voor nieuwkomersvoorzieningen op pag. 127, voetnoot 49 dat scholen een passend instrument moeten gebruiken om de sociale veiligheid in kaart te brengen. Dit kan betekenen dat je als school geen Nederlandstalig of geen gestandaardiseerd instrument gebruikt. Bij een inspectiebezoek moet een nieuwkomersschool dit kunnen laten zien.

Naar onderzoekskader
Observeren

Observatielijst SEO

Binnen Amiko Sneek is een observatielijst voor de sociaal emotionele ontwikkeling bij leerlingen. Je kan per leerling aangeven wat je in een periode hebt gezien.

Naar obervatielijst
Veiligheidsmeting

Welbevinden meten

Het is verplicht om minimaal 2x per jaar de sociale veiligheidsmeting te doen. Veel nieuwkomersscholen gebruiken een visuele lijst hiervoor. Hieronder een voorbeeld vanuit Amiko Sneek, bewust in Word zodat de monitor makkelijk is aan te passen is.

Veiligheidsmeting

SO of SBO?

Soms is het lastig om goed een compleet beeld te krijgen van de onderwijsbehoefte van de leerling omdat de leerling nog volop in de taalverwervingsfase zit. Sommige nieuwkomers hebben door een leerachterstand, specifieke gedragsvraag of andere ontwikkelingsbehoefte meer specialistische ondersteuning nodig.  Schaal de ondersteuningsroute op en bekijk samen wat mogelijk een passender onderwijsplek is: een andere reguliere school, het speciaal onderwijs of het speciaal basisonderwijs. Zo kan de leerling met beter passende ondersteuning zich verder ontwikkelen.

Lees binnenkort meer op onze themapagina over SO en SBO. 

FAQ Oekraïense leerlingen

 Heb je vragen over Oekraïense leerlingen? Bekijk de antwoorden op veelgestelde vragen over Oekraïense leerlingen. 

Ga naar de veelgestelde vragen

Anderen bekeken ook

Traumasensitief onderwijs

Kindgesprekken

Deel deze pagina