Leerroutes en uitstroomprofielen ISK
Leerroutes en uitstroomprofielen voor de ISK
ISK-leerlingen verschillen in schoolervaring, talen, talenten en toekomstmogelijkheden. De uitstroomprofielen laten zien welke routes mogelijk zijn richting vervolgonderwijs en wat leerlingen nodig hebben om succesvol door te stromen.
Wat vind je op deze website?
- NT2-streefniveaus per uitstroomprofiel;
- praktische wegwijzers zoals voorbeelden van NT2-lessen en vakkenpakketten;
- voorbeelden van functionele taalleerdoelen;
- praktijkvoorbeelden van ISK’s.
Voor wie zijn de wegwijzers en informatie bedoeld?
- ISK-docenten en onderwijsassistenten;
- teamleiders en coördinatoren;
- NT2-coördinatoren;
- zorgprofessionals in de ISK en het vervolgonderwijs.

Wat zie je in dit schema?
Dit overzicht laat zien welke leerroutes en uitstroomprofielen mogelijk zijn voor ISK-leerlingen.
- De indeling in een route gebeurt op basis van een verlengde intake. Daarbij wordt gekeken naar de beginsituatie van de leerling, eerdere schoolervaringen en bijvoorbeeld de instructiegevoeligheid.
- Op basis hiervan kies je een voorlopig uitstroomprofiel dat aansluit bij het leerpotentieel en de ondersteuningsbehoefte van de leerling.
- Leerlingen die nog niet gealfabetiseerd zijn, starten eerst in een alfabetiseringsklas. Vanuit daar kunnen zij doorstromen naar een passende leerroute.
Meer informatie
- Meer weten over analfabeten? 🡪 Zij moeten eerst gealfabetiseerd worden in het Latijns schrift voordat ze in een van de leerroutes geplaatst kunnen worden. Ook andersalfabeten kunnen eventueel korte tijd naar een alfaklas voordat ze in een route geplaatst worden. Zie ook de aparte Leerlijn Alfabetisering in de ISK.
Welke NT2-streefniveaus zijn er?
De NT2-streefniveaus laten zien naar welk ERK-niveau ISK-leerlingen toewerken om succesvol door te stromen naar vervolgonderwijs. Ze geven ook inzicht in wat vervolgscholen van NT2-leerlingen mogen verwachten.
Op de pagina ‘Streefniveaus NT2’ vind je voorbeelden van functionele taalleerdoelen:
- taalvaardigheid gekoppeld aan dagelijkse situaties (fase 1);
- taal leren binnen school- en vakcontexten (fase 2).
Uitgangspunt van de functionele doelen is steeds: wat moeten de leerlingen kunnen in hun dagelijks leven, op school en voor een succesvolle doorstroom?
Bij een passend doorstroomadvies speelt uiteraard meer mee dan enkel het taalniveau. Ook factoren zoals motivatie, schoolse vaardigheden en werkhouding zijn belangrijk. Benieuwd hoe deze afwegingen eruitzien in de praktijk? Bekijk dan de leerlingportretten.
Bekijk de streefniveausWegwijzers
Bij de uitstroomprofielen horen allerlei wegwijzers die je helpen om het werken met uitstroomprofielen verder vorm te geven op je eigen school. Denk aan leerlingportretten, lesinkijkjes en voorbeelden van vakkenpakketten.
Bekijk alle wegwijzersWelke uitstroomprofielen zijn er?
De leerlingen bereiden zich voor op instroom in het praktijkonderwijs. Het is belangrijk om enerzijds rekening te houden met het niveau van de leerling en anderzijds voor voldoende uitdaging en stimulerende activiteiten te zorgen waarbij de docent het leren van de leerling niet uit handen neemt, maar de leerling zelf actief blijft leren.
Het onderwijsprogramma bestaat uit twee fasen:
In fase 1 ligt de focus op:
- Veel NT2, gericht op taal die leerlingen meteen kunnen gebruiken in dagelijkse situaties. Denk aan iets bestellen in de kantine, een gesprekje voeren met de conciërge of een Nederlandse vlog over een hobby bekijken.
- Algemeen vormende vakken, zoals rekenen, burgerschap, sport en een creatief vak.
In fase 2 ligt de focus op:
- NT2, verder werken aan de dagelijkse taalvaardigheid en daarnaast taaltaken gekoppeld aan de taal die de leerling na de doorstroom nodig heeft in verschillende praktijksituaties. Denk aan leren hoe je een sollicitatiegesprek voor een stageplek moet voeren of hoe je om hulp kunt vragen.
- Praktijkvakken, zoals verzorging en techniek. Een andere combinatie van praktijkvakken is ook mogelijk, afhankelijk van de faciliteiten op de eigen ISK en de achtergrondkennis van docenten.
- Aandacht voor sociale en praktische vaardigheden.
De leerlingen bereiden zich voor op uitstroom naar (begeleid) werk of inburgering (Z-route), waarbij ze zoveel mogelijk leerervaringen opdoen in de praktijk. Loopbaancoaching is daarbij van belang, denk daarbij aan activiteiten zoals meeloopdagen, excursies en stages.
Het onderwijsprogramma bestaat uit twee fasen:
In fase 1 ligt de focus op:
- Veel NT2, gericht op taal die leerlingen meteen kunnen gebruiken in dagelijkse situaties. Denk aan iets bestellen in de kantine, een gesprekje voeren met de conciërge of een Nederlandse vlog over een hobby bekijken.
- Algemeen vormende vakken, zoals rekenen, burgerschap, sport en een creatief vak.
In fase 2 ligt de focus op:
- NT2, verder werken aan de dagelijkse taalvaardigheid en daarnaast taaltaken gekoppeld aan de taal die de leerling na de doorstroom nodig heeft in verschillende praktijksituaties. Denk aan leren hoe je een sollicitatiegesprek moet voeren of hoe je om hulp kunt vragen.
- Praktijkvakken, zoals verzorging en techniek. Een andere combinatie van praktijkvakken is ook mogelijk, afhankelijk van de faciliteiten op de eigen ISK en de achtergrondkennis van docenten.
- Ruimte voor oriënteren op participeren in de Nederlandse maatschappij en kennismaken met de arbeidsmarkt.
- Oefenen met werknemersvaardigheden, bijvoorbeeld door middel van een stage. Dat kan een interne stage (op de eigen ISK) zijn of een externe stage.
De leerlingen bereiden zich voor op instroom in de entreeopleiding. In de ISK moeten de leerlingen een duidelijk, realistisch doel hebben om naartoe te werken waarmee ze zicht krijgen op hun toekomst. Loopbaanoriëntatie is hier een belangrijk onderdeel van.
Het onderwijsprogramma bestaat uit twee fasen:
In fase 1 ligt de focus op:
- Veel NT2, gericht op taal die leerlingen meteen kunnen gebruiken in dagelijkse situaties. Denk aan iets bestellen in de kantine, een gesprekje voeren met de conciërge of een Nederlandse vlog over een hobby bekijken.
- Algemeen vormende vakken, zoals rekenen, burgerschap, sport en een creatief vak.
In fase 2 ligt de focus op:
- NT2, verder werken aan de dagelijkse taalvaardigheid en daarnaast taaltaken gekoppeld aan de taal die de leerling na de doorstroom nodig heeft in verschillende praktijksituaties. Denk aan leren hoe je een sollicitatiegesprek voor een stageplek moet voeren of hoe je om hulp kunt vragen.
- Praktijkvakken, zoals verzorging en techniek. Een andere combinatie van praktijkvakken is ook mogelijk, afhankelijk van de faciliteiten op de eigen ISK en de achtergrondkennis van docenten.
- Begeleiding bij een beroepskeuze met een concreet perspectief.
De leerlingen bereiden zich voor op instroom in de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo. Of leerlingen instromen in de onderbouw of de bovenbouw is mede afhankelijk van de leeftijd van de leerling en de kennis van andere vakken, zoals Engels en wiskunde. De leerlingen hebben in het land van herkomst vaak enige vooropleiding gehad, maar hebben ondersteuning nodig bij het ontwikkelen van hun schoolse vaardigheden en het zelfstandig leren.
Het onderwijsprogramma bestaat uit twee fasen:
In fase 1 ligt de focus op:
- Veel NT2, gericht op taal die leerlingen meteen kunnen gebruiken in dagelijkse situaties. Denk aan een appje sturen aan vrienden, een vraag kunnen stellen in de klas of het lesrooster begrijpen.
- Algemeen vormende vakken, zoals rekenen, burgerschap, sport en een creatief vak.
- Eventueel Engels. Gedurende fase 1 alleen aandacht aan besteden als de leerling al enige kennis van het Engels heeft.
In fase 2 ligt de focus op:
- NT2, onder andere gekoppeld aan de talige onderwijssituaties waar de leerling mee in aanraking gaat komen na de doorstroom. Denk aan teksten uit een schoolboek lezen of vragen beantwoorden.
- Combinatie van zaak- en praktijkvakken (bij instroom in de onderbouw), zoals biologie, mens & maatschappij, aardrijkskunde of geschiedenis enerzijds en koken, techniek of verzorging anderzijds. Het gaat erom dat leerlingen kennismaken met de verschillende leergebieden zoals SLO die definieert, denk aan burgerschap, mens & maatschappij of mens & natuur. Bij elk leergebied passen verschillende vakken. De ISK kan zelf, op basis van de achtergrondkennis van docenten en de beschikbare faciliteiten, kiezen welk vak er wordt aangeboden. Om leerlingen kennis te laten maken met het vakgebied mens & maatschappij is bijvoorbeeld zowel het vak geschiedenis als het vak aardrijkskunde geschikt.
- Aandacht voor een beroepsgericht profiel (bij instroom in de bovenbouw), zoals sectororiëntatie door praktische activiteiten zoals meeloopdagen in het vmbo.
- Eventueel een stage.
- Waar mogelijk een vorm van ‘deelschakelen’, waarbij de leerlingen al een of meerdere vakken op het vmbo kan volgen (gedurende een periode of structureel).
De leerlingen bereiden zich voor op uitstroom naar een opleiding op mbo 2-niveau. In de ISK moeten de leerlingen een duidelijk, realistisch doel hebben om naar toe te werken waarmee ze zicht krijgen op hun toekomstmogelijkheden. Loopbaancoaching is van groot belang: zo kan de leerling begeleid worden bij een beroepskeuze met een concreet perspectief. De leerlingen moeten kennis kunnen maken met de verschillende niveau 2-opleidingen die er zijn.
Het onderwijsprogramma bestaat uit twee fasen:
In fase 1 ligt de focus op:
- Veel NT2, gericht op taal die leerlingen meteen kunnen gebruiken in dagelijkse situaties. Denk aan een appje sturen aan vrienden, een vraag kunnen stellen in de klas of het lesrooster begrijpen.
- Algemeen vormende vakken, zoals rekenen, burgerschap, sport en een creatief vak.
- Eventueel Engels. Gedurende fase 1 alleen aandacht aan besteden als de leerling al enige kennis van het Engels heeft.
In fase 2 ligt de focus op:
- NT2, onder andere gekoppeld aan de talige onderwijssituaties waar de leerling mee in aanraking gaat komen na de doorstroom. Denk aan teksten uit een schoolboek lezen of informatie opzoeken op de website van een mbo-instelling.
- Combinatie van zaak- en praktijkvakken (bij instroom in de onderbouw), zoals biologie, mens & maatschappij, aardrijkskunde of geschiedenis enerzijds en koken, techniek of verzorging anderzijds. Het gaat erom dat leerlingen kennismaken met de verschillende leergebieden zoals SLO die definieert, denk aan burgerschap, mens & maatschappij of mens & natuur. Bij elk leergebied passen verschillende vakken. De ISK kan zelf, op basis van de achtergrondkennis van docenten en de beschikbare faciliteiten, kiezen welk vak er wordt aangeboden. Om leerlingen kennis te laten maken met het vakgebied mens & maatschappij is bijvoorbeeld zowel het vak geschiedenis als het vak aardrijkskunde geschikt.
- Aandacht voor oriëntatie op diverse opleidingen en beroepen (LOB).
- Aandacht voor de praktijksituaties die de leerling in het mbo tegen gaat komen, zoals werkinstructies begrijpen en klanten te woord staan.
De leerlingen bereiden zich voor op instroom in de onderbouw van de gemengde of theoretische leerweg van het vmbo. Of de leerling instroomt in de onderbouw of in de bovenbouw is mede afhankelijk van de leeftijd van de leerling en de kennis van andere vakken, zoals Engels en wiskunde. De leerlingen hebben ondersteuning nodig bij het ontwikkelen van hun schoolse vaardigheden en het zelfstandig leren. Ook hebben ze ondersteuning nodig bij het plannen en organiseren van hun werk.
Het onderwijsprogramma bestaat uit twee fasen:
In fase 1 ligt de focus op:
- Veel NT2, gericht op taal die leerlingen meteen kunnen gebruiken in dagelijkse situaties. Denk aan je mening geven over je favoriete sport of een nieuwsbericht begrijpen.
- Algemeen vormende vakken, zoals rekenen, burgerschap, sport en een creatief vak.
- Engels. De meeste leerlingen zullen al enige kennis van het Engels hebben. Is dat niet het geval, wordt aangeraden om pas halverwege fase 1 met het vak te starten. Geen andere moderne vreemde taal, zoals Frans of Duits, tenzij een leerling een achtergrond heeft in die taal of instroomt in de brugklas. Wanneer een leerling instroomt in het tweede leerjaar of hoger, kan de leerling in het vo namelijk een vrijstelling krijgen voor de tweede moderne vreemde taal.
In fase 2 ligt de focus op:
- NT2, o.a. gekoppeld de talige onderwijssituaties waar de leerling mee in aanraking gaat komen na de doorstroom. Denk aan een schoolboektekst kunnen lezen, luisteren en aantekeningen maken en zelfstandig woorden leren.
- Zaakvakken, zoals biologie, mens & maatschappij, aardrijkskunde of geschiedenis. Het gaat erom dat leerlingen kennismaken met de verschillende leergebieden zoals SLO die definieert, denk aan burgerschap, mens & maatschappij of mens & natuur. Bij elk leergebied passen verschillende vakken. De ISK kan zelf, op basis van de achtergrondkennis van docenten en de beschikbare faciliteiten, kiezen welk vak er wordt aangeboden. Om leerlingen kennis te laten maken met het vakgebied mens & maatschappij is bijvoorbeeld zowel het vak geschiedenis als het vak aardrijkskunde geschikt.
- Moderne vreemde talen: Engels. Geen andere moderne vreemde taal, zoals Frans of Duits, tenzij een leerling een achtergrond heeft in die taal of instroomt in de brugklas. Wanneer een leerling instroomt in het tweede leerjaar of hoger, kan de leerling in het vo namelijk een vrijstelling krijgen voor de tweede moderne vreemde taal.
- Aandacht voor een beroepsgericht profiel met sectororiëntatie: kennismaken met de verschillende profielen door praktische activiteiten.
- Eventueel een stage.
- Een vorm van ‘deelschakelen’: ze volgen al een of meerdere vakken op het vmbo (een periode of als snuffelbezoek).
De leerlingen bereiden zich voor op instroom in de havo of het vwo. Ze kunnen instromen in verschillende fasen: in de onderbouw (havo of vwo) of in de bovenbouw (havo 4 of vwo 4). Dit is onder andere afhankelijk van leeftijd en aantal jaren voortgezet onderwijs in land van herkomst. De leerlingen moeten in hoog tempo de dagelijkse taal verwerven (NT2) en daarna snel doorstromen naar de tweede fase. In deze tweede fase is een passend vakkenpakket nodig, aansluitend bij de klas waar de leerling gaat instromen.
In fase 1 ligt de focus op:
- Veel NT2, met aandacht voor zelfstandig Nederlands leren. Denk aan het toepassen van leesstrategieën of het opdoen van woordleervaardigheden.
- Wiskunde (en rekenen)
- Moderne vreemde talen: Engels. De meeste leerlingen zullen al enige kennis van het Engels hebben. Is dat niet het geval, wordt aangeraden om pas halverwege fase 1 met het vak te starten. Geen andere moderne vreemde taal, zoals Frans of Duits, tenzij een leerling een achtergrond heeft in die taal of instroomt in de brugklas. Wanneer een leerling instroomt in het tweede leerjaar of hoger, kan de leerling in het vo namelijk een vrijstelling krijgen voor de tweede moderne vreemde taal.
- Algemeen vormende vakken, zoals burgerschap, sport en een creatief vak.
In fase 2 ligt de focus op:
- NT2, met aandacht voor lees- en schrijfvaardigheid en grammatica.
- Zaakvakken, zoals biologie, aardrijkskunde en geschiedenis. Het gaat erom dat leerlingen kennismaken met de verschillende leergebieden zoals SLO die definieert, denk aan burgerschap, mens & maatschappij of mens & natuur. Bij elk leergebied passen verschillende vakken. De ISK kan zelf, op basis van de achtergrondkennis van docenten en de beschikbare faciliteiten, kiezen welk vak er wordt aangeboden. Om leerlingen kennis te laten maken met het vakgebied mens & maatschappij is bijvoorbeeld zowel het vak geschiedenis als het vak aardrijkskunde geschikt.
- Moderne vreemde talen: Engels. Geen andere moderne vreemde taal, zoals Frans of Duits, tenzij een leerling een achtergrond heeft in die taal of instroomt in de brugklas. Wanneer een leerling instroomt in het tweede leerjaar of hoger, kan de leerling in het vo namelijk een vrijstelling krijgen voor de tweede moderne vreemde taal.
- Aandacht voor profielkeuze (LOB) (bij instroom bovenbouw).
- ‘Deelschakeling’, zodat leerling kan kennismaken met vakken van de havo of het vwo.
De leerlingen bereiden zich voor op instroom naar een mbo 3- of 4-opleiding of de vavo. De leerlingen met dit uitstroomprofiel hebben (enige) kennis van het Engels, zijn intrinsiek gemotiveerd en kunnen zelfstandig werken. Het is van belang een route uit te stippelen met zo min mogelijk tijdverlies. De leerlingen moeten in hoog tempo de dagelijkse taal verwerven (NT2), snel aangevuld met andere voorbereidende vakken.
Het onderwijsprogramma bestaat uit twee fasen:
In fase 1 ligt de focus op:
- Veel NT2, met aandacht voor zelfstandig Nederlands leren. Denk aan het toepassen van leesstrategieën of het opdoen van woordleervaardigheden.
- Wiskunde en rekenen
- Moderne vreemde talen: Engels. De meeste leerlingen zullen al enige kennis van het Engels hebben. Is dat niet het geval, wordt aangeraden om pas halverwege fase 1 met het vak te starten.Geen andere moderne vreemde taal, zoals Frans of Duits, tenzij een leerling een achtergrond heeft in die taal of instroomt in de brugklas. Wanneer een leerling instroomt in het tweede leerjaar of hoger, kan de leerling in het vo namelijk een vrijstelling krijgen voor de tweede moderne vreemde taal.
- Algemeen vormende vakken, zoals burgerschap, sport en een creatief vak.
In fase 2 ligt de focus op:
- NT2, met aandacht voor lees- en schrijfvaardigheid en grammatica.
- Moderne vreemde talen: Engels. Geen andere moderne vreemde taal, zoals Frans of Duits, tenzij een leerling een achtergrond heeft in die taal of instroomt in de brugklas. Wanneer een leerling instroomt in het tweede leerjaar of hoger, kan de leerling in het vo namelijk een vrijstelling krijgen voor de tweede moderne vreemde taal.
- Zaakvakken, zoals biologie, aardrijkskunde en geschiedenis. Het gaat erom dat leerlingen kennismaken met de verschillende leergebieden zoals SLO die definieert, denk aan burgerschap, mens & maatschappij of mens & natuur. Bij elk leergebied passen verschillende vakken. De ISK kan zelf, op basis van de achtergrondkennis van docenten en de beschikbare faciliteiten, kiezen welk vak er wordt aangeboden. Om leerlingen kennis te laten maken met het vakgebied mens & maatschappij is bijvoorbeeld zowel het vak geschiedenis als het vak aardrijkskunde geschikt.
- Aandacht voor vervolgopleidingen, beroepskeuze en kennis van de Nederlandse arbeidsmarkt.
- Aandacht voor studievaardigheden.
- Eventueel voorbereiden op Staatsexamen NT2 programma I.
De leerlingen bereiden zich voor op instroom in het hbo of de universiteit. Vaak volgen leerlingen eerst een schakeljaar voordat ze kunnen instromen. Tijdens het schakeljaar haalt de leerling bijvoorbeeld versneld een havo-diploma zodat de leerling daarna kan starten op het hbo. De leerlingen met dit uitstroomprofiel beheersen het Engels, zijn intrinsiek gemotiveerd en kunnen zelfstandig werken. Ook hebben deze leerlingen al voldoende vakkennis opgedaan in het land van herkomst om een vervolgopleiding te kunnen kiezen en te kunnen volgen. Het is belangrijk om een route uit te stippelen met zo min mogelijk tijdverlies. De leerlingen moeten in hoog tempo de dagelijkse taalvaardigheid verwerven (NT2), al snel aangevuld met andere voorbereidende vakken.
Het onderwijsprogramma bestaat uit twee fasen.
In fase 1 ligt de focus op:
- Veel NT2, met aandacht voor zelfstandig Nederlands leren. Denk aan het zelfstandig gebruiken van een woordenschrift en aan de slag gaan met feedbackpunten van de docent.
- Wiskunde en rekenen
- Moderne vreemde talen: Engels. Geen andere moderne vreemde taal, zoals Frans of Duits, tenzij een leerling een achtergrond heeft in die taal. Wanneer een leerling instroomt in het tweede leerjaar of hoger, kan de leerling in het vo namelijk een vrijstelling krijgen voor de tweede moderne vreemde taal.
- Algemeen vormende vakken, zoals burgerschap, sport en een creatief vak.
Leerlingen met dit uitstroomprofiel hebben doorgaans veel schoolse ervaringen. Het is dus belangrijk dat zij vlot de eerste fase afronden en het programma versneld kunnen afleggen.
In fase 2 ligt de focus op:
- NT2, met aandacht voor lees- en schrijfvaardigheid en grammatica.
- Aandacht voor vervolgopleidingen, beroepskeuze en kennis van de Nederlandse arbeidsmarkt.
- Zaakvakken, zoals biologie, aardrijkskunde en geschiedenis. Het gaat erom dat leerlingen kennismaken met de verschillende leergebieden zoals SLO die definieert, denk aan burgerschap, mens & maatschappij of mens & natuur. Bij elk leergebied passen verschillende vakken. De ISK kan zelf, op basis van de achtergrondkennis van docenten en de beschikbare faciliteiten, kiezen welk vak er wordt aangeboden. Om leerlingen kennis te laten maken met het vakgebied mens & maatschappij is bijvoorbeeld zowel het vak geschiedenis als het vak aardrijkskunde geschikt.
- Aandacht voor studievaardigheden.
- Eventueel voorbereiden op Staatsexamen NT2 programma II.
Leerlingen met dit uitstroomprofiel hebben doorgaans veel schoolse ervaringen. Het is dus belangrijk dat zij vlot de tweede fase afronden en het programma versneld kunnen afleggen.
Coming soon
Komend schooljaar verschijnen er nog meer wegwijzers bij de uitstroomprofielen. Via LOWANieuws word je hierover geïnformeerd.

