Nieuws
Alle nieuwsitems voor primair onderwijs
Smartphonevrije scholen: ook een goed idee voor nieuwkomers?
De beweging richting smartphonevrije scholen wint snel terrein in Nederland. Volgens de Stichting Smartphonevrij Opgroeien is er sprake van een duidelijke normverschuiving: inmiddels steunt een grote meerderheid van de ouders dit beleid, en steeds meer scholen profileren zich expliciet als ‘smartphonevrij’. “Ze weren nu al de smartphone uit het schoolgebouw, ontmoedigen gebruik en laten ouders weten dat uitstel een goede optie is,” vertelt Danielle Batist van Smartphonevrij Opgroeien. De smartphonevrije schooldag is zelfs in het regeerakkoord opgenomen.
Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling een belangrijke vraag op: hoe werkt zo’n beleid voor leerlingen die juist baat kunnen hebben bij een smartphone, zoals nieuwkomers?
Waarom smartphonevrije scholen?
“Als ouderbeweging van meer dan 70.000 ouders met kinderen op 70% van alle basisscholen van Nederland, juichen we smartphonevrije scholen toe,” vertelt Danielle. “We zijn niet anti-tech, maar vóór de kindertijd. Smartphonegebruik zorgt voor verschillende problemen, zoals slechtere slaap en een slechtere concentratie. En ook de mentale en fysieke aspecten zijn belangrijk: overmatig gebruik kan leiden tot depressie, een laag zelfbeeld en stress.”
“Elke school geeft een eigen draai aan de smartphonevrije school. Je kunt denken aan roosterwijzigingen op bord in de hal, vertaalapps op een shared device in de klas, tools op een desktop of juist op papier.”
“Een hulpmiddel, maar soms ook een brug”

Frederike Groothoff
In het leven van nieuwkomers vervult de smartphone soms een andere rol. Het is dus belangrijk om dit mee te nemen in deze discussie. Taalexpert Frederike Groothoff ziet dat het apparaat een belangrijk hulpmiddel kan zijn bij taalverwerving. “Smartphones kunnen gebruikt worden om te vertalen,” zegt ze. “Denk aan spraak-naar-tekst, tekst-naar-tekst of de vertaling van tekst op foto’s.”
In sommige gevallen is dat essentieel. “Het is een hulpmiddel, maar het kan ook een noodzakelijke brug zijn in de beginfase.” Toch plaatst ze daar meteen een kanttekening bij. Die brug is niet altijd nodig. “Soms is er een ouder, een klasgenootje of een collega die kan vertalen. En niet voor elke taal werkt zo’n smartphone goed. Bovendien kunnen kinderen die nog niet kunnen schrijven in hun thuistaal, natuurlijk ook zelf geen dingen typen.”
Zelfstandig of afhankelijk?
Een van de belangrijkste vragen is wat smartphonegebruik doet met de zelfstandigheid van leerlingen. Volgens Frederike kan het twee kanten op gaan. “Als het goed werkt in hun thuistaal, kunnen kinderen meer zelfstandig dingen oplossen,” legt ze uit. “Zonder steeds hulp te vragen of te wachten tot de leerkracht het nog een keer uitlegt.”
Maar diezelfde technologie kan ook een valkuil zijn. “Sommige kinderen gebruiken de smartphone als enige strategie,” zegt ze. “Terwijl zelf nadenken, de betekenis afleiden van andere dingen zoals plaatjes of vergelijkingen maken tussen (delen van) woorden en woorden in de thuistaal dan niet worden ingezet. En dat zijn juist strategieën die je ook nodig hebt in andere situaties.”
Minder contact, of juist meer veiligheid?
Ook sociaal gezien is het effect dubbel. Smartphones worden vaak gezien als isolerend, maar voor nieuwkomers kunnen ze juist houvast bieden. “Zo’n smartphone kan erg belangrijk zijn voor de sociale veiligheid,” zegt Frederike. “Het is vaak de enige contactmogelijkheid met familieleden.”
Een smartphonevrij beleid raakt daarnaast niet alleen leerlingen, maar ook ouders. Zeker in meertalige contexten speelt de smartphone een belangrijke rol in communicatie, vindt Frederike. “Als ouders zo’n smartphoneverbodsbord zien op school, worden zij ook belemmerd in hun communicatie. Net als kinderen gebruiken ouders hun telefoon om te vertalen.”
Dat vraagt iets van scholen: hoe bereik je alle ouders als de smartphone minder vanzelfsprekend wordt? Meertalige informatieavonden, tolken of vertaalde communicatie kunnen dan een oplossing zijn.
De praktijk: ‘uitzonderingen daargelaten’

Danielle Batist
De term ‘smartphonevrij’ klinkt absoluut, maar in de praktijk blijkt er vaak ruimte voor nuance. Veel scholen bouwen bewust uitzonderingen in. “Elke smartphonevrije school laat hier ruimte voor door ‘uitzonderingen daargelaten’ op te nemen in het beleid,” vertelt Danielle. “Dat kunnen bijvoorbeeld medische uitzonderingen zijn, of andere situaties waarin een smartphone na overleg gebruikt kan worden.”
Daarmee ontstaat ruimte voor maatwerk, ook voor nieuwkomers. Frederike is het ermee eens dat dit belangrijk is: “Maak duidelijke afspraken over het gebruik van de smartphone. Bijvoorbeeld dat deze wel in de buurt van het kind ligt, maar niet constant op tafel ligt. Daarbij is het misschien nog wel meer van belang om een klimaat te creëren waarin nieuwkomers zich veilig voelen om dingen te proberen en fouten te maken. Als je merkt dat je pogingen gewaardeerd worden en je niet wordt uitgelachen, dan heb je waarschijnlijk minder de neiging om alles te controleren op je smartphone.”
Kan het: een smartphonevrije school voor nieuwkomers?
De vraag is dus niet eenvoudig met ja of nee te beantwoorden. Frederike pleit in elk geval niet voor een absoluut verbod. “Ik zou willen pleiten voor uitzonderingen voor iedereen die daar behoefte aan heeft,” zegt ze. “Een smartphone kan in sommige gevallen gewoon handig zijn, maar leerlingen moeten ook andere manieren leren. Dus zorg voor goede, taalrijke leeromgeving waarin de thuistaal functioneel ingezet mag worden, ook in gesprekken en overleg met andere kinderen.”
Ook Danielle benadrukt dat scholen zelf keuzes maken binnen het bredere kader. De beweging richting smartphonevrij onderwijs betekent volgens haar vooral dat er bewuster wordt nagedacht over gebruik.
Voor scholen betekent dit dat smartphonevrij beleid nooit los kan worden gezien van de bredere schoolcultuur. Duidelijke communicatie met ouders, aandacht voor meertaligheid en een veilig leerklimaat zijn minstens zo belangrijk als regels over devices.