Bekijk menu
Streefniveaus NT2

Leerroutes en uitstroomprofielen ISK

Streefniveaus NT2

Op deze pagina vind je voorbeelden van functionele taalleerdoelen voor de verschillende routes en uitstroomprofielen. Dit zijn doelen waarin het werken aan taalvaardigheid gekoppeld is aan dagelijkse taalsituaties (fase 1) of aan het opdoen van vakkennis (fase 2). De basis voor de doelen is het Europees Referentiekader (ERK), daarin vind je nog veel meer doelen op de verschillende taalniveaus. Uitgangspunt van de functionele doelen is steeds: wat moeten de leerlingen kunnen in hun dagelijks leven, op school en voor een succesvolle doorstroom? Filter op route, uitstroomprofiel, taalniveau of taalvaardigheid. Je vindt dan voorbeelden van passende doelen voor jouw leerlingen.

Uitleg verschillende taalniveaus

Pre-A1
Niveau pre-A1 is het niveau van absolute beginners, van ISK-leerlingen die net zijn gestart met Nederlands leren. ISK-leerlingen met niveau pre-A1 kunnen enkele veelvoorkomende woorden herkennen, of reageren op plaatjes of gebaren of met een uit het hoofd geleerd zinnetje (“Ik heet Sofia”) antwoorden op een eenvoudige vraag. In de klas kunnen ze basisinstructies volgen met voldoende ondersteuning (“Ga zitten”, “Leg je telefoon weg”). Het is belangrijk dat de gesprekspartner heel rustig praat, woorden gebruikt die heel vaak voorkomen en dat er veel visuele ondersteuning is. De taal zelf produceren lukt minimaal, leerlingen reageren met losse woorden (bijv. “Ja” of een naam) en maken niet of nauwelijks zinnen.
A1
Niveau A1 is het niveau van beginners die een beetje Nederlands kunnen begrijpen en gebruiken. ISK-leerlingen met niveau A1 kunnen eenvoudige woorden en korte zinnen begrijpen die vaak voorkomen in de klas of in het dagelijks leven. Bijvoorbeeld woorden over school, vrienden of hobby’s. Ze kunnen korte, vaste uitdrukkingen gebruiken om bijvoorbeeld iets te vragen of te zeggen hoe ze zich voelen (“Ik ben boos.” “Hoe laat is de les klaar?”) en kunnen bijvoorbeeld een kort berichtje typen op sociale media. Ze begrijpen het onderwerp van een gesprek als de ander langzaam en duidelijk spreekt, bekende woorden gebruikt en veel herhaalt.
A2
Niveau A2 is het niveau van basisgebruikers van het Nederlands. ISK-leerlingen op dit niveau kunnen veel voorkomende uitdrukkingen begrijpen en gebruiken, bijvoorbeeld om te praten over hun familie, hobby’s of school. Ze kunnen korte gesprekken voeren over onderwerpen zoals social media en vragen stellen of beantwoorden met eenvoudige woorden en zinnen. Ze begrijpen eenvoudige teksten en kunnen korte teksten schrijven over onderwerpen die ze kennen. Zo kunnen ze met hulp bijvoorbeeld een paar zinnen schrijven over een meeloopdag in het vmbo of aan de hand van zinstarters hun mening geven over een film of serie. Ze hebben vaak nog hulp nodig, maar kunnen zich zelfstandig redden in alledaagse situaties.
A2+
A2+ wordt in het ERK gebruikt als ‘tussenniveau’ om aan te geven dat het taalgebruik van de leerling al kenmerken vertoont van het daaropvolgende niveau (in dit geval dus B1) maar dat de leerling dat niveau nog niet volledig heeft behaald. ISK-leerlingen met A2+ begrijpen alledaagse teksten en kunnen de hoofdlijnen eruit halen, mits de tekst nog steeds goed aansluit bij hun belevingswereld. Denk aan webteksten over een beroepsopleiding, een artikel over hun hobby of een schoolboektekst over vulkanen bij aardrijkskunde of over zintuigen bij biologie. Ook kunnen ze uitgebreider vertellen over onderwerpen die binnen hun eigen dagelijks leven of interessesfeer vallen. En als de leerling iets niet begrijpt of niet op een woord komt, dan kan de leerling omschrijvingen gebruiken om iets te verduidelijken.
B1
Niveau B1 is het niveau van onafhankelijke taalgebruikers, van ISK-leerlingen die Nederlands zelfstandig kunnen gebruiken in zowel dagelijkse als schoolse situaties. Leerlingen met niveau B1 kunnen deelnemen aan een gesprek over bijvoorbeeld vriendschap, actualiteiten of studiekeuze. Ook kunnen ze hun mening en ervaringen verwoorden. De leerling kan, met voldoende ondersteuning, een samenhangende tekst schrijven over vertrouwde onderwerpen, bijvoorbeeld een verslag over duurzame keuzes voor de eigen omgeving of een sollicitatiebrief voor een stage. Ook kunnen leerlingen met dit taalniveau zich redden in minder alledaagse situaties, bijvoorbeeld als ze onverwacht een gesprek hebben met iemand van de schoolleiding.
B1+
B1+ wordt in het ERK gebruikt als ‘tussenniveau’ om aan te geven dat het taalgebruik van de leerling al kenmerken vertoont van het daaropvolgende niveau (in dit geval dus B2) maar dat de leerling dat niveau nog niet volledig heeft behaald. Een leerling met taalniveau B1+ kan op verschillende manieren en allerlei contexten informatie uitwisselen: de leerling kan bijvoorbeeld uitleggen wat mogelijke gevolgen van klimaatverandering zijn, kan een documentaire over armoede in Nederland samenvatten voor een klasgenoot of een discussie voeren met een docent naar aanleiding van een tijdschriftartikel. Bij snelle of uitgebreide antwoorden van de gesprekspartner heeft de leerling herhaling nodig. Het eigen taalgebruik van de leerling hoeft nog niet heel nauwkeurig te zijn.

Taalniveau
Taalvaardigheid
Gekozen filters:
Wis alle filters

Deel deze pagina