Bekijk menu
Interview

Nieuws

Alle nieuwsitems voor primair onderwijs

Samenwerken aan een kansrijke po-vo-overgang: ervaringen vanuit een vo-praktijk

Voor nieuwkomers is de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs een belangrijke en soms kwetsbare stap. Een goede aansluiting vraagt om meer dan alleen een overdracht op papier: het vraagt om afstemming, wederzijds begrip en samenwerking tussen scholen. Vanuit LOWAN-PO kijken we naar deze overgang vanuit verschillende perspectieven.

In dit artikel delen we een praktijkvoorbeeld uit Maastricht. We spraken met Birgitte van Soest, werkzaam bij het NOVO College, waar zij betrokken is bij de instroom van leerlingen in de Internationale Schakelklas (ISK). Daarnaast is zij collega binnen LOWAN-vo. Vanuit haar ervaring in de dagelijkse praktijk schetst zij hoe po-scholen, vo-scholen en de ISK in Maastricht samenwerken aan een kansrijke overstap voor nieuwkomersleerlingen.

Samenwerken aan een passende overstap

In Maastricht is een aanpak ontstaan waarin reguliere basisscholen en taalscholen in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs elkaar actief weten te vinden. Het gezamenlijke doel is om leerlingen goed voorbereid en op een passende en kansrijke plek de overstap naar het vo te laten maken.

Om die samenwerking op gang te brengen, heeft Birgitte eerder een proactieve rol gespeeld door po-scholen te benaderen. “We weten elkaar nu te vinden als het nodig is,” zegt zij. Die zichtbaarheid en bereikbaarheid vormen een belangrijke basis voor de samenwerking.

Voor leerlingen die in het primair onderwijs een taalklas hebben gevolgd, is extra afstemming belangrijk. Soms is een overstap naar een ISK het meest passend, terwijl voor andere leerlingen doorstroom naar het reguliere vo beter aansluit. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen en maatwerk. “In de praktijk word ik regelmatig door een po-school gevraagd om aan te sluiten bij een overleg,” vertelt Birgitte. “Dan zitten we samen met de basisschool en de vo-school aan tafel om te kijken welke route het beste past.”

De samenwerking is in de loop der tijd verder versterkt vanuit de behoefte aan meer maatwerk. In de praktijk bleek dat scholen soms onvoldoende zicht hadden op elkaars mogelijkheden en werkwijzen, terwijl juist dat nodig is om goede keuzes te maken voor leerlingen.

“Een goede overstap vraagt echt om samen kijken,” benadrukt Birgitte. “Waar staat deze leerling nu en wat heeft hij of zij nodig in de volgende stap?” Daarom zoeken po-scholen, vo-scholen en de ISK elkaar vroegtijdig op en is er regelmatig overleg over leerlingen bij wie de overstap extra aandacht vraagt.

Wat maakt de samenwerking succesvol?

Volgens Birgitte draait succesvolle samenwerking om verbinding en zichtbaarheid. “Je moet bekend maken dat je er bent en waarvoor je er bent. Niet elke basisschool weet dat je als ISK ook kunt meedenken en adviseren.” Het opbouwen van die relaties kost tijd, maar zorgt ervoor dat scholen elkaar sneller weten te vinden en eerder samen optrekken. “Het is een kwestie van een lange adem.” Birgitte ziet dat leerlingen nu veel sneller op de juiste plek instromen.

De leerling écht zien

Een goede overstap begint bij een breed beeld van de leerling. Niet alleen hoe het gaat met leren, maar ook hoe een leerling functioneert in de groep, wat hem of haar motiveert en of er zorgen zijn in de thuissituatie. Daarnaast helpt het wanneer een leerling ook na de overstap in beeld blijft, zodat signalen tijdig kunnen worden opgepakt.

Als Birgitte één boodschap mag meegeven aan professionals, dan is het deze: zie de leerling echt. “Een nieuwkomer moet niet standaard behandeld worden als één van de groep. Zo’n leerling heeft extra aandacht nodig en wil voelen dat er oprechte aandacht is. Als je dat kunt laten zien, dan doet een leerling vaak zoveel meer. En kom je echt tot leren.”

Tips van Birgitte voor een soepele overgang

  • Kijk naar mogelijkheden om leerlingen binnen het po dezelfde ERK-toetsen af te nemen welke in de ISK’s worden gebruikt.  Als onderdeel van het vormen van een volledig leerlingbeeld.
  • Wijs de vo-docenten op de LOWAN-vo NT2 handreiking ‘Oh jee, een NT2-leerling in de klas!’.
  • Meedraaien: Stroomt een leerling door naar het vo? Dan helpt het als leerlingen al vóór de overstap de mogelijkheid krijgen om mee te draaien in het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld een dagdeel of enkele momenten. Dit verlaagt de spanning en geeft leerlingen inzicht in wat hen te wachten staat.
  • Nodig vo-docenten uit in de po-klas: Zij kijken mee in de vertrouwde omgeving van de leerling en gaan in gesprek met de leerkracht. Dit wederzijdse meekijken vergroot het begrip voor elkaars werkwijze en helpt om verwachtingen beter op elkaar af te stemmen. “Door elkaar letterlijk aan het werk te zien, leer je elkaar beter begrijpen,” aldus Birgitte.
  • Zorg voor vroegtijdig contact tussen po, ISK en vo: en blijf ook na de overstap in contact, zodat de leerling in beeld blijft.

Samen leren en verder bouwen

De ervaringen van Birgitte laten zien dat investeren in contact en afstemming loont. Door leerlingen te laten meedraaien, docenten bij elkaar in de klas te brengen en samen te blijven kijken, ontstaat er meer continuïteit in het onderwijs en meer vertrouwen bij leerlingen en ouders.

Meer weten?

Praktijkvoorbeelden en ondersteuning zijn te vinden bij:

Deel deze pagina