main-logo
Zorg
Themapagina

Dyslexie en TOS

We verkennen samen met een Kenniskring NT2 hoe we kunnen signaleren bij NT2-leerlingen en ontwikkelen handvatten voor docenten en ondersteuners.

Extra ondersteuning

Kenniskring NT2 Leesproblemen of dyslexie

Deze kenniskring is, op initiatief van LOWAN-vo, nu al enkele malen bij elkaar gekomen.
Het gemak waarmee leerlingen in de ISK leren lezen kan per leerling sterk verschillen, dat kan elke ISK-docent wel beamen. We zien in de praktijk dat een kleine groep leerlingen moeite blijft houden met het technische aspect van lezen: het aanleren van welke klank bij welk teken in het Nederlands hoort. Hoe bepaal je nu of dat komt doordat de leerling nog midden in het tweedetaalleerproces zit of dat er misschien sprake is van een leerprobleem zoals dyslexie? Met welke ondersteuning kan de leerling geholpen worden?

Op dit moment verkent de Kenniskring NT2 Leesproblemen of Dyslexie hoe we verschillen tussen leerlingen in het proces van leren lezen in de tweede taal kunnen signaleren. En met welke ondersteuning leerlingen geholpen kunnen worden. Op initiatief van LOWAN gaan orthopedagogen, zorgcoördinatoren en andere  specialisten uit het ISK-veld, onder leiding van Femke Scheltinga, expert op dit thema bij het ITTA, met elkaar in gesprek over de ontwikkeling van leesvaardigheid en het herkennen van leesproblematiek bij ISK-leerlingen. Het streven is te komen tot een aantal handvatten voor docenten en ondersteuners in de ISK.

Kenniskring
28 - 10 - 2019

Kenniskring NT2 leesproblemen en dyslexie

Deze kenniskring is, op initiatief van LOWAN-vo, nu al enkele malen bij elkaar gekomen. Het gemak waarmee leerlingen in de ISK leren lezen kan per leerling sterk verschillen, dat kan elke ISK-docent wel beamen.

Meer van de kenniskring
Nieuws
31 - 03 - 2019

Dyslexie bij nieuwkomers

Het tempo waarin NT2-leerlingen in het Nederlands leren lezen kan sterk uiteenlopen. Als het leesproces moeizaam op gang komt, kan de vraag rijzen of er sprake is van een leesprobleem of een leerstoornis zoals dyslexie.

Meer over leesproblemen
Downloads

Informatiedocumenten

Kenniskring - Heeft mijn leerling leesprobleem?
Leesproblemen NT2-leerder
Antwoorden en advies van expert Femke Scheltinga

Q&A NT2 en leesproblemen

  • Hoe maak ik onderscheid tussen kenmerken van het tweedetaalverwervingsproces en leesproblemen als gevolg van een leerstoornis?

    NT2-leerlingen kunnen moeite hebben het technisch leren lezen in het Nederlands. Hoe bepaal je nu of dat komt doordat de leerling nog midden in het tweedetaalleerproces zit of dat er misschien sprake is van een leerprobleem zoals dyslexie? Om te kunnen spreken van dyslexie moet het duidelijk zijn dat de leerling al voldoende kansen en mogelijkheden heeft gehad om te leren lezen in het Nederlands. Je moet kunnen uitsluiten dat het probleem komt door onvoldoende taalvaardigheid in het Nederlands. Ook andere factoren, zoals trauma en stress, moet je kunnen uitsluiten. In het onderwijs kun je onder andere op de volgende punten letten:

    • Let op patronen in het lezen die verklaarbaar zijn vanuit de moedertaal. Welke klanken en klank-tekencombinaties vindt de leerling precies lastig? Let daarbij op klanken of klankverschillen die niet voorkomen in de moedertaal van de leerling en op klank-tekencombinaties die anders zijn in de moedertaal. NT2-leerlingen kunnen een tijdlang struikelen over deze klank-tekenkoppelingen tijdens het lezen. Aan deze klanken en klank-tekencombinaties kun je samen met de leerling extra aandacht besteden. Om te weten welke fouten te verklaren zijn vanuit de moedertaal kun je kijken naar de kenmerken van de moedertaal en de verschillen met het Nederlands. Op de websites www.moedint2.nl en https://meertaligheidentaalstoornissenvu.weebly.com/ vind je een overzicht van verschillende talen.
    • Ga na wat de ervaring en kennis van de NT2-leerling met lezen in de moedertaal is. Kan de NT2-leerling al lezen en schrijven in de moedertaal of andere (tweede) taal? Probeer te achterhalen hoe de leesontwikkeling in die taal is verlopen en hoe het leesonderwijs heeft plaatsgevonden. Dat kan in een gesprek met de leerling en eventueel de ouders. Ook kan worden nagegaan hoe de leerling een tekst in de moedertaal hardop leest. Ook als je de taal niet spreekt, zie en hoor je hoe de leerling leest.
    • Maak onderscheid tussen technisch lezen en taalbegrip. Het is van belang goed na te gaan wat de aard van het leesprobleem is. Kenmerkend voor dyslexie is dat er sprake is van zeer ernstige en hardnekkige problemen met technisch lezen. Een zwakke technische leesvaardigheid kan wel leiden tot problemen met leesbegrip. Als het decoderen van woorden niet goed gaat of veel moeite kost, kan dit het begrip van de tekst belemmeren ondanks voldoende taalkennis en woordenschat. Bij een NT2-leerling is het van belang goed na te gaan of het leesprobleem te maken heeft met technisch lezen of taalbegrip. Ook als de leerling in staat is om de woorden goed en vlot te decoderen kan het leesbegrip zwak zijn. Dit kan komen door een (nog) beperkte woordenschat of onvoldoende kennis van het Nederlands.
  • Bij dyslexie is sprake van een zeer ernstig lees- en/of spellingprobleem dat bovendien ook hardnekkig is. Hoe bepaal ik bij een NT2-leerling of de lees- en spellingproblemen zeer ernstig en hardnekkig zijn?

    Er zijn grote verschillen in de snelheid en het gemak waarmee NT2-leerlingen zich het Nederlands eigen maken. En dat geldt ook voor de ontwikkeling van technische leesvaardigheid. Om leesproblemen vast te kunnen stellen is het van belang goed zicht te krijgen op de leesontwikkeling van een NT2-leerlingen.
    Om te leren lezen in het Nederlands moet de NT2-leerling het klanksysteem van het Nederlands leren kennen. De leerling moet de klanken van het Nederlands onderscheiden om er de juiste tekens aan te kunnen koppelen. Dit kan moeite en tijd kosten en dat hangt deels samen met verschillen tussen het Nederlands en moedertaal. Klanken die niet in de moedertaal voorkomen, kunnen bijvoorbeeld lange tijd lastig zijn om te onderscheiden. Dit kan het leren lezen in het Nederlands bemoeilijken, hoewel er geen sprake is van een leesprobleem. De ervaren moeilijkheden zijn dan onderdeel van het taalverwervingsproces. Een NT2-leerling kan een tijdlang moeite hebben met technisch lezen en het leesgedrag kan lijken op dat van een Nederlandstalige leerlingen met leesproblemen of dyslexie. De periode die leerlingen in de ISK doorbrengen is vaak te kort om met zekerheid te kunnen zeggen dat er sprake is van een ernstig leesprobleem of dyslexie. Wel kun je een moeilijkheden of een achterstand signaleren en extra begeleiding daarop aanpassen om te bepalen in hoeverre de moeilijkheden hardnekkig zijn. Daarbij kun je letten op de volgende punten:

    • Hoe ontwikkelt de leerling zich in vergelijking met andere NT2-leerlingen die een vergelijkbare taal- en onderwijsachtergrond hebben? Laat de leerling min of meer dezelfde mate van vooruitgang zien of verloopt de leesontwikkeling in het Nederlands afwijkend ten opzichte van vergelijkbare NT2-leerlingen? Daarbij is het van belang om individuele factoren die van invloed kunnen zijn, zoals stress of eventuele periodes van onderwijsonderbreking, niet het oog te verliezen. De vergelijking tussen NT2-leerlingen moet dus altijd met enige voorzichtigheid gemaakt worden.
    • Hoe reageert de leerling op extra hulp en ondersteuning? Als een NT2-leerling moeilijkheden ervaart met het leren lezen is het belangrijk om de instructie en ondersteuning aan te passen. Het kan gaan om verlengde instructie of extra intensieve begeleiding, direct gericht op de problemen die de leerling met leren lezen in het Nederlands ervaart. Als de NT2-leerling deze intensieve instructie oppikt en vooruitgang laat zien, is er geen sprake van een hardnekkig leesprobleem. Door dit in kaart te brengen, wordt voorkomen dat er te snel gedacht wordt aan dyslexie.
  • Wat zijn aandachtspunten voor leesonderwijs aan NT2-leerlingen?

    In de ISK wordt ernaar gestreefd leerlingen met een zo hoog mogelijk taal- en leesniveau te laten uitstromen door te zorgen voor goed onderwijs. Goed leesonderwijs betekent onder andere dat er steeds gekeken moet worden naar de instructie- en ondersteuningsbehoeften van de leerling. Die behoeften verschillen per leerling: het startniveau van leerlingen kan erg uiteenlopen. Sommige leerlingen hebben al een (goede) leesvaardigheid in de moedertaal, sommige hebben al kennis van een alfabetisch of het Latijns schrift en andere leerlingen hebben nog helemaal geen leeservaring.
    Wat zijn uitgangspunten voor goed leesonderwijs en hoe sluit je aan bij de individuele instructiebehoeften van de NT2-leerling?

    In het algemeen geldt voor alle leerlingen: werk doelgericht met taaldoelen voor alle vaardigheden. Zowel voor de docent als voor de NT2-leerling is het belangrijk om te weten wat de leerling moet kunnen en wanneer hij doelen behaald heeft, dat geeft houvast en grip op de ontwikkeling. De Leerlijn Alfabetisering ISK en de leerroutes voor de ISK bevatten duidelijke doelen voor alle taalvaardigheden (luisteren, spreken en gesprekken voeren, lezen en schrijven).
    Daarnaast is het belangrijk om van receptieve naar productieve vaardigheden te werken en van mondelinge naar schriftelijke vaardigheden. Geef de leerlingen eerst input, laat ze naar de taal luisteren in combinatie met geschreven taal. Zo maken de leerlingen kennis met de woorden en raken ze vertrouwd met de klanken en het woordbeeld. Zorg daarna voor output: zet de leerlingen actief aan de slag met hardop lezen, spreken en schrijven.

    Het is belangrijk om de instructie in technisch lezen te combineren met veel aandacht voor woordenschat. Ook als een NT2-leerling de klank-tekenkoppelingen in het Nederlands kan maken, speelt woordenschat een rol bij de direct woordherkenning. Een woord dat bij de leerling bekend is, zal ook sneller herkend worden, zonder veel aarzeling. Kies woorden die veel voorkomen in ons taalgebruik en die nuttig zijn voor de leerling.

    Voor het merendeel van de leerlingen, die al ervaring hebben met lezen in de eigen taal, is een goede basisinstructie voldoende. Maar sommige leerlingen hebben desondanks extra begeleiding in de klas nodig: een intensievere vorm van instructie en ondersteuning. Besteed met deze leerlingen expliciet en systematisch aandacht aan klank-tekencombinaties die voor deze leerling lastig zijn en doe dat binnen een rijke talige context. Werk taakgericht, zorg voor veel herhaling en geef veel gerichte feedback. Zo werk je gedifferentieerd aan de leesvaardigheid van de leerling. Een goede lezer kan met effectief, gedifferentieerd onderwijs uiteindelijk vlot en vloeiend lezen, en bouwt zo aan een ruime woordenschat zodat hij teksten kan begrijpen en weet wanneer hij welke leesstrategie moet inzetten.

  • Ervaart een leerling met dyslexie in alle talen leesproblemen?

    Dyslexie komt voor bij lezers van verschillende schriftsystemen, niet alleen bij lezers van het Latijns alfabet. Bovendien gaat het om een leerstoornis die zich over het algemeen voordoet bij het lezen in verschillende talen en schriftsystemen. Een moedertaalspreker van het Russisch, zal bij het lezen zowel in het Russisch als in het Nederlands moeilijkheden ervaren. Er zijn verschillende onderliggende, cognitieve factoren die als mogelijke verklaring worden genoemd voor de leesproblemen bij dyslexie. Een universele factor waarnaar in internationaal onderzoek verwezen wordt is het fonologisch tekort. Dat betekent dat leerlingen met dyslexie problemen hebben met de verwerking van fonologische informatie, met andere woorden: het verwerken, opslaan en ophalen van klanken in combinatie met tekens is verstoord. Dit belemmert leerlingen om accuraat, vlot en vloeiend te leren lezen.

    De manier waarop het leesprobleem tot uiting komt kan per taalgebied verschillen. Kenmerken van het schriftsysteem spelen hierbij een rol. In het Latijns schrift bestaan er ook veel verschillen tussen talen. In sommige talen is de koppeling tussen klanken en letters niet zo eenduidig (bijvoorbeeld in het Engels) en ervaart de leerling met dyslexie lange tijd problemen met accuraat lezen. In andere talen is er juist een min of meer een-op-een koppeling tussen klanken en letters (bijvoorbeeld Fins). De klank-tekenkoppeling wordt hier relatief snel verworven, maar Finse lezers met dyslexie laten vooral problemen zien met het vlot en vloeiend lezen. Het Nederlands bevindt zich hier zo’n beetje tussenin.

    Er zijn ook NT2-leerlingen die in hun moedertaal in een heel ander, niet alfabetisch schrift hebben leren lezen of schrijven, zoals het Chinees. Chinese lezers moeten veel meer klank-tekenkoppelingen leren dan lezers van het Nederlands. In het alledaagse taalgebruik van China komen zo’n 3000 verschillende karakters voor, waarbij elk karakter een lettergreep representeert. Een woord kan bestaan uit één karakter maar ook uit meerdere karakters. Elk karakter plus de bijbehorende klank moet bewust opgeslagen worden in het geheugen en er is een sterke koppeling met betekenis. Leerlingen met dyslexie ervaren moeite met onder andere het opslaan van de informatie over klank, teken en betekenis waarbij het fonologisch geheugen mogelijk een rol speelt. Dit belemmert Chinese leerlingen met dyslexie in hun leesontwikkeling waardoor het goed en vlot lezen moeizaam tot stand komt.

  • Kan ict-ondersteuning zoals voorleessoftware effectief worden ingezet bij leerlingen met leesproblemen in de ISK?

    In het regulier onderwijs kan de inzet van ict, waarbij de teksten worden voorgelezen, jongeren met leesproblemen ondersteunen. Het technisch leesprobleem wordt door de voorleessoftware gecompenseerd zodat de leerling zich kan richten op de betekenis van de tekst. De vraag is of dit ook effectief is om ISK-leerlingen met leesproblemen te helpen.

    Over de inzet van voorleessoftware bij NT2-leerlingen is niet veel bekend. Het lijkt er echter op dat leerlingen die naast een zwakke leesvaardigheid ook een beperkte taalvaardigheid hebben, minder of zelfs niet van tekst-naar-spraak te profiteren. Het gelijktijdig luisteren en lezen is lastig voor leerlingen die zowel een zwakke technische leesvaardigheid als taalvaardigheid hebben. Dit geldt voor moedertaalsprekers, maar mogelijk ook voor anderstalige leerlingen. Om van tekst-naar-spraak software te kunnen profiteren bij leesbegrip moet het luister- en taalbegrip dus voldoende zijn.

    Inzet van hulpmiddelen kunnen mogelijk wel effectief worden ingezet mits bij de keuze voor een hulpmiddel goed wordt afgevraagd met welk doel het hulpmiddel wordt ingezet en of het aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van de leerling. Het doel kan zijn om het technisch lezen met bekende woorden en de relatie tussen klank en schrift te oefenen of om het leesbegrip te ondersteunen. Het is daarbij onder andere belangrijk goed te kijken naar de moeilijkheid van de tekst. Zijn de woorden en zinsopbouw bekend en is het luisterbegrip voldoende voor de aangeboden tekst?

Deel deze pagina