Nieuws
Alle nieuwsitems voor primair onderwijs
Tussen klaslokaal, onderzoek en beleid: het bewogen schooljaar van Daisy Mertens
Daisy Mertens zat het afgelopen schooljaar zeker niet stil. Ze combineerde haar werk als leerkracht en kwaliteitscoördinator in het nieuwkomersonderwijs met haar rol als primor kwaliteitsvol nieuwkomersonderwijs. Daarnaast stond ze op 1 oktober 2024 samen met collega’s aan de start van een nieuwe taalschool, is ze raadslid bij de Onderwijsraad en is ze commissielid bij de Nederlandse UNESCO.
Geen dag is hetzelfde voor Daisy. Samen blikken we terug op haar jaar.
Verschillende rollen combineren
Daisy werkt al achttien jaar in het onderwijs, maar doet inmiddels veel meer dan alleen lesgeven. Hoe combineert ze al die rollen? “Het zijn allemaal puzzelstukjes die op elkaar aansluiten. De praktijk is heel relevant voor het beleid, en vice versa,” vertelt ze.
“In mijn ogen is het allemaal betekenisvol. In de klas zie je de impact direct. De ervaringen uit de praktijk vormen de basis voor mijn onderzoek en de gesprekken die ik voer over nationaal en internationaal beleid. Andersom leveren onderzoek en beleid ook weer inzichten op die ik kan meenemen naar de klas. Dat maakt de drie rollen voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden.”
Een taalschool met hoge verwachtingen
Het afgelopen jaar stond voor Daisy vooral in het teken van de oprichting en doorontwikkeling van een nieuwe taalschool voor nieuwkomers. De aanleiding was een noodopvanglocatie in de buurt. In 2024 begon Daisy samen met enkele collega’s aan de ontwikkeling van het onderwijs. Daarbij stond één uitgangspunt centraal: nieuwkomers verdienen hetzelfde ambitieuze, betekenisvolle onderwijs en dezelfde gelijke leerdoelen als andere leerlingen.
“We vroegen ons af: hoe moet het onderwijs op de taalschool eruitzien? En de conclusie was eigenlijk heel snel: hetzelfde als op reguliere scholen.” Daarmee bedoelt zij niet dat nieuwkomers hetzelfde onderwijs krijgen zonder aanpassingen, maar dat de verwachtingen gelijk en eerlijk zijn. “Wat we belangrijk vinden, is dat we hoge verwachtingen hebben van de kinderen en dit zie je dan ook terug in ons onderwijs.”
Het team nam bewust de tijd om een stevig en motiverend curriculum te ontwerpen. Er werd gekozen voor thematisch onderwijs met rijke inhoud. “We zien hiervan duidelijke effecten op de resultaten en motivatie van de leerlingen,” vertelt ze. Een moment dat haar bijzonder bijbleef, was een complimentenronde in de klas. “Eén jongen gaf een compliment aan de hele groep. Hij vond dat de klas zo snel dingen leerde en goed verbanden kon leggen over de impact van klimaat op mens en natuur. De leerlingen merken dus zelf dat ze dieper leren. Dat vergroot hun zelfvertrouwen en hun motivatie om verder te leren. En dat in gezamenlijkheid, dus met elkaar.”
Onderzoek als motor voor kwaliteit
Nu de taalschool anderhalf jaar bestaat, is het tijd om te evalueren en te verbeteren. Als primor doet Daisy daarom praktijkgericht onderzoek naar kwaliteitsvol nieuwkomersonderwijs. Samen met een groep collega’s onderzoekt zij welke aanpakken bijdragen aan goed onderwijs voor nieuwkomers en waarom.
“We hebben de context van de taalschool beschreven. Vervolgens welke interventies we daar in de praktijk aan koppelen en welke onderliggende mechanismen en uitkomsten dat bij leerlingen oplevert,” legt ze uit. Uit die analyse kwamen ontwerpprincipes voort, zoals thematisch werken en formatief handelen. “Die gaan we vervolgens in de praktijk toetsen, evalueren en bijstellen.”
Het doel is niet alleen verbetering binnen de eigen school, maar ook kennisdeling. “We willen graag onze kennis en ervaring met scholen en besturen delen, ook omdat we zien wat onze manier van lesgeven doet met de motivatie van de leerlingen en hun resultaten.”
Meer dan taalverwerving
In de praktijk wordt nieuwkomersonderwijs vaak geassocieerd met het creëren van een veilige omgeving en het leren van de Nederlandse taal. Hoewel beide onmisbaar zijn, biedt een gelijktijdige ontwikkeling van taal en inhoud leerlingen de mogelijkheid om hun taalvaardigheid te ontwikkelen in betekenisvolle contexten, terwijl ze tegelijkertijd vakinhoudelijke kennis opbouwen en cognitief worden uitgedaagd. “Ik hoop dat we in de toekomst beter aansluiten bij de behoeften van nieuwkomers en meer oog hebben voor hun potentieel, kwaliteiten en capaciteiten.”
Ze illustreert dat met een voorbeeld uit haar klas. “We werkten aan het thema zonnestelsel en heelal. Toen ik een jongen tijdens het schrijven van zijn onderzoekstekst over zwarte gaten vroeg wat hij later wilde studeren, zei hij: sterrenkunde.” Juist zulke ervaringen laten zien dat leerlingen, ook als hun Nederlands nog in ontwikkeling is, gebaat zijn bij inhoudelijke uitdagingen. “Als we alleen de taal blijven leren, komen we minder ver dan wanneer we ook betekenisvolle en rijke inhoud centraal zetten inzetten.”
Een plek waar je mening telt
Een ander moment uit het afgelopen schooljaar maakte ook diepe indruk. Tijdens een les over debatteren zei een leerling: “In sommige landen krijg je straf als je een mening geeft, zoals in het land waar ik vandaan kom.” Voor Daisy onderstreepte dat de waarde van onderwijs. “Op dat moment besef je hoe belangrijk het is dat onderwijs ook een plek is waar je bijvoorbeeld kunt voelen en ervaren dat je mening geven ertoe doet.”
Als ze terugkijkt op het afgelopen jaar, overheerst vooral trots. Op de leerlingen die enorme stappen hebben gezet, op de ouders die betrokken zijn en op het team dat samen bouwt aan kwaliteitsvol onderwijs voor deze doelgroep.
“We hebben altijd vastgehouden aan onze visie en ambitie,” zegt Daisy. “Steeds met de vraag: wat is goed voor de leerlingen?” Juist daarin schuilt volgens haar de kracht van goed onderwijs. Goede en betekenisvolle verwachtingen hebben en oog houden voor wat leerlingen al meebrengen en kunnen.