Bekijk menu
Leerlingondersteuning

Leerlingportret Youssef

Leerlingportret Youssef

Youssef

Youssef

9 jaar oud
Komt uit Syrië
Sinds 18 maanden in Nederland
Groep 5 in het regulier basisonderwijs. Een verwijzing naar het s(b)o is besproken.

Wie is Youssef?

Youssef is een rustige en vriendelijke jongen die houdt van lego, tekenen en rekenen met concreet materiaal. Youssef zoekt contact wanneer hij zich veilig voelt. In de klas valt hij op doordat hij tijdens mondelinge instructies regelmatig afwacht, naar andere kinderen kijkt of niet aan een opdracht begint. Wanneer hij individueel wordt begeleid en de opdracht wordt voorgedaan, lukt het hem vaak wel om aan de slag te gaan. Wanneer een activiteit aansluit bij zijn interesses en wanneer duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, kan Youssef lang geconcentreerd werken. Bij visueel ondersteunde opdrachten laat hij meer zien dan tijdens uitsluitend mondelinge instructie. De school vraagt zich af of zijn ondersteuningsbehoefte vooral samenhangt met het nog beperkte Nederlands, of dat er daarnaast sprake is van andere onderwijsbehoeften. Youssefs ouders zijn betrokken bij school, maar vinden het Nederlandse onderwijssysteem nog niet altijd gemakkelijk te begrijpen.

 

Youssef laat een ongelijk ontwikkelingsprofiel zien. Zijn Nederlandse taalontwikkeling bevindt zich op onderdelen rond het niveau dat past bij een jongere Nederlandstalige leerling, ongeveer 6 à 7 jaar. Dit zegt echter niet dat zijn totale ontwikkeling op dat niveau ligt. Bij rekenen, visueel-logisch denken en het werken met concreet materiaal laat hij vaardigheden zien die meer aansluiten bij zijn kalenderleeftijd.

Relevante informatie

Achtergrond en thuissituatie

Youssef is sinds anderhalf jaar in Nederland en komt uit Syrië. Thuis spreekt hij voornamelijk Arabisch met zijn ouders en twee jongere zussen. In het Arabisch kan hij uitgebreid vertellen over gebeurtenissen en uitleggen wat hij denkt. Ouders herkennen het beeld dat Youssef bij moeilijke of onbekende taken eerst afwacht. Waar mogelijk wordt informatie over zijn functioneren in de thuistaal meegenomen, zodat zijn ontwikkeling niet uitsluitend vanuit het Nederlands wordt beoordeeld.

Onderwijsverleden:

Youssef heeft in Syrië meerdere jaren onderwijs gevolgd. Zijn schoolloopbaan is echter niet aaneengesloten geweest. Er zijn daardoor hiaten in wat hij eerder heeft kunnen leren. Na aankomst in Nederland heeft hij eerst nieuwkomersonderwijs gevolgd. Daarna is hij ingestroomd in groep 5 van het reguliere basisonderwijs. Bij rekenen laat Youssef regelmatig zien dat hij een onderliggende strategie begrijpt. Hij maakt vooral fouten wanneer een som veel talige informatie bevat of wanneer de instructie niet duidelijk is.

Diagnostiek:

De school heeft samen met de logopedist gekeken naar de taalontwikkeling. Youssefs actieve Nederlandse woordenschat is nog beperkt. Concrete Nederlandse taal begrijpt hij beter dan abstracte of talig complexe instructies. Daarnaast valt op dat hij ook in het Arabisch moeite kan hebben met het vasthouden van meerdere mondelinge instructies achter elkaar. Hij profiteert sterk van voordoen, visualiseren en het opdelen van een taak in kleine stappen. Er is daarom geen aanleiding om zijn functioneren uitsluitend vanuit het leren van Nederlands te verklaren. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met het feit dat hij nog maar relatief kort Nederlands onderwijs volgt.

Huidige onderwijscontext:

Youssef zit in een groep van 27 leerlingen. Tijdens klassikale instructies haakt hij regelmatig af. Wanneer de leerkracht naast hem zit en de opdracht voordoet, lukt het hem vaak wel om te starten. Een verwijzing naar het sbo is daarom besproken.

 

In het multidisciplinair overleg is afgesproken eerst scherper in beeld te brengen wat Youssef nodig heeft om binnen de reguliere groep tot leren te komen. Daarbij wordt gekeken naar taal, instructie, taakaanpak, ontwikkeling en de invloed van zijn eerdere schoolloopbaan. Een TLV voor het sbo is pas passend wanneer na een doelgerichte en geëvalueerde ondersteuningsaanpak blijkt dat zijn onderwijsbehoeften structureel de mogelijkheden van de reguliere setting overstijgen.

Onderwijsbehoeften

Beschermende factoren

  • Nieuwsgierig en leergierig wanneer de activiteit aansluit bij zijn interesses.
  • Sterke visuele verwerking en goed leren door voordoen en nadoen.
  • Kan lang geconcentreerd werken met concreet materiaal.
  • Gemotiveerd wanneer hij succes ervaart.
  • Ouders zijn betrokken.
  • Beschikt over een sterke eerste taal die als ondersteuning kan worden benut.

Belemmerende factoren

  • Beperkte Nederlandse woordenschat en schooltaal.
  • Moeite met lange mondelinge instructies en meerdere stappen tegelijk.
  • Onzekerheid en afwachten wanneer een taak niet duidelijk is.
  • Hiaten in de eerdere schoolloopbaan.
  • Kan zijn kennis en vaardigheden nog onvoldoende verbaal in het Nederlands laten zien.
  • Grote groepsinstructies kunnen leiden tot afhaken.

Taalontwikkeling

  • Beperken van schooltaal en abstracte taal.
  • Gebruiken van expliciete woordenschatinstructie, veel herhaling en toepassing van nieuwe woorden, korte en concrete instructies en visuele ondersteuning.
  • Bieden van extra verwerkingstijd.
  • Mogelijkheden bieden voor Youssef om te laten zien wat hij begrijpt zonder uitsluitend taal te gebruiken.
  • Waar mogelijk de verbinding zoeken tussen de Nederlandse taal en zijn eerste taal.
  • Taalontwikkeling niet gelijkstellen aan algemene ontwikkeling.

Sociaal emotioneel

  • Zorgen voor voorspelbaarheid en een vaste structuur.
  • Zorgen voor succeservaringen.
  • Positieve feedback.
  • Bieden van expliciete instructie over hoe en wanneer hij hulp kan vragen.

Wat kan de onderwijsprofessional doen?

Communicatie & taal

  • Geef korte, concrete instructies.
  • Geef één of enkele stappen tegelijk.
  • Combineer gesproken taal met beelden, materialen en voordoen.
  • Controleer begrip door Youssef te laten voordoen, aanwijzen of kort uitleggen.
  • Bied schooltaal expliciet aan binnen de vaklessen.
  • Herhaal belangrijke woorden in verschillende situaties.
  • Geef extra verwerkingstijd.
  • Benut waar mogelijk de eerste taal als brug naar nieuwe begrippen.

Structuur & voorspelbaarheid

  • Werk met een herkenbare dagstructuur.
  • Maak zichtbaar wat eerst, daarna en als laatste gebeurt.
  • Deel complexe opdrachten op in kleine stappen.
  • Gebruik visuele stappenplannen.
  • Bereid veranderingen vooraf voor.
  • Maak het begin- en eindpunt van een taak duidelijk.

Ondersteuning in de klas

  • Geef waar nodig verlengde instructie in een kleine groep.
  • Laat Youssef eerst handelen met concreet materiaal voordat hij talig moet verwoorden wat hij weet.
  • Observeer wanneer hij afhaakt: bij talige complexiteit, onduidelijkheid, groepsdruk of ook bij niet-talige taken?
  • Bied succeservaringen zonder de leerdoelen structureel te verlagen.
  • Gebruik formatieve observaties om zichtbaar te maken wat hij met passende ondersteuning kan.
  • Evalueer regelmatig of de ondersteuning daadwerkelijk leidt tot meer zelfstandigheid.

Oudercontact

  • Gebruik eenvoudige taal en visuele ondersteuning.
  • Zet indien nodig een professionele tolk in.
  • Vraag ouders wat Youssef thuis in het Arabisch kan vertellen, uitleggen en uitvoeren.
  • Bespreek zowel sterke kanten als zorgen.
  • Geef ouders concrete mogelijkheden om taal en leren in de thuissituatie te ondersteunen.

Samenwerking intern

Leerkracht: past instructie, taalgebruik en klassenorganisatie aan.

Leraarondersteuner: begeleidt Youssef bij het oefenen en herhalen van taal en taakaanpak.

Intern begeleider: coördineert de ondersteuning en bewaakt de evaluatie.

Ondersteuningsteam: bespreekt gezamenlijk de ontwikkeling en onderwijsbehoeften.

Stel één gezamenlijk doel centraal: Youssefs mogelijkheden optimaal benutten om binnen het reguliere onderwijs tot leren te komen.

Samenwerking extern

 

Logopedist: denkt mee over taalontwikkeling, schooltaal en de vraag of taalproblemen verder gaan dan het leren van Nederlands als tweede taal.

Orthopedagoog: helpt ontwikkeling en onderwijsbehoeften in samenhang te bekijken en hypotheses over de oorzaak van gedrag te toetsen.

 

Waar nodig kan aanvullende specialistische expertise worden betrokken.

 

De verschillende professionals werken vanuit hun eigen expertise aan één gezamenlijk doel, in plaats van afzonderlijke interventies naast elkaar uit te voeren.

Deel deze pagina