FAQ Leerlijnen

Veelgestelde vragen op onderwerp. Klik op de vraag en u ziet het antwoord.

Wat is het doel van de verlengde intake? (vergeleken met één intakemoment aan de start van het onderwijstraject)

In de ISK wordt ernaar gestreefd dat leerlingen zo goed en zo snel mogelijk kunnen doorstromen naar het vervolgonderwijs of een werkplek. Om leerling hierop voor te bereiden moet het onderwijstraject in de ISK aansluiten bij de mogelijkheden van de leerling.
Het is daarom van belang al aan het begin van het onderwijs in de ISK snel een zo duidelijk mogelijk beeld van de leerling te krijgen. Wat kan en weet de leerling al, wat heeft de leerling nodig, wat kan de leerling bereiken?
Een verlengde intake van 4 – 8 weken kan dit mogelijk maken: je benut de eerste onderwijsperiode om verschillende kenmerken, vaardigheden en het leergedrag van de leerling in kaart te brengen. Het idee van de verlengde intake is dat leerlingen niet op één moment maar een langere tijd worden gevolgd om beter zicht te krijgen op wat de leerling kan, wil. In die periode kun je een inschatting maken van wat je verwacht dat de leerling kan bereiken, naar welk type onderwijs de leerling kan doorstromen en in welke leerroute hij dit niveau kan behalen.

Onze school heeft te weinig leerlingen om voor alle routes één groep te maken. Hoe kunnen we de leerlijnen dan gebruiken?

Het is inderdaad het mooiste als je aparte groepen kunt maken, maar dat zal vaak niet lukken. In dat geval zul je combinaties moeten maken. Je kunt dan bijvoorbeeld leerlingen die wel in dezelfde route zitten, maar de verschillende leeftijdsgroepen bij elkaar zetten.
Of juist leerlingen van dezelfde leeftijd bij elkaar zetten, maar uit verschillende routes. Dat betekent dat de leerlingen een verschillende leerlijn hebben en gedeeltelijk verschillende programma’s. Maar er zal ook overlap zijn en op sommige momenten kunnen de leerlingen ook van elkaar leren. Belangrijk is dat de leerling een voor hem zo optimaal traject volgt met een duidelijk uitstroomperspectief en een bijpassend onderwijsprogramma.

Wat is het verschil tussen het Raamwerk NT2 en de referentieniveaus taal van Meijerink (de F-niveaus) ?

Het Raamwerk NT2 is speciaal voor NT2-leerders samengesteld en gebaseerd op het ERK (Europees Referentiekader). Het is de nationale standaard om niveaustappen te beschrijven bij het leren van een tweede taal. De Referentieniveaus taal, zeg maar de F-niveaus, zijn voor moedertaalsprekers van het Nederlands ontwikkeld om een doorlopende leerlijn tussen de verschillende onderwijstypen tot stand te brengen.

Er zijn overeenkomsten en verschillen tussen beide raamwerken.
• A2 = sterk vergelijkbaar met 1F
• B1 = sterk vergelijkbaar met 2F

Een belangrijk verschil is:
• Raamwerk NT2 heeft taalverzorging geïntegreerd
• Referentiekader: taalverzorging apart benoemd (spelling, interpunctie, grammatica)

Het Raamwerk NT2 laat goed zien aan welke kenmerken het taalgebruik van een anderstalige voldoet bij de verschillende taalniveaus. (woordenschat, uitspraak, grammatica etc.)

Hoe sluiten de streefdoelen NT2 aan bij de instroomeisen van het vervolgonderwijs?

In de projectgroep “Ontwikkeling Leerlijnen”hebben we met elkaar gekeken naar wat een realistisch taalniveau is dat de leerling in een bepaalde periode kan halen, ook gebaseerd op ervaringen in de praktijk. Dat hebben we naast de taalniveaus in het reguliere onderwijs gelegd. Het is lastig om dat direct aan elkaar te koppelen, want het heeft bijvoorbeeld ook te maken met de klas waarin een leerling instroomt.

We gaan er echter van uit dat de taalverwerving van de leerling wordt voorgezet in het reguliere onderwijs. De leerling is nog niet ‘klaar’ als ie de ISK verlaat. Juist in de echte schoolse omgeving van het reguliere onderwijs zijn veel aanknopingspunten om de taal beter te leren. Daarvoor is het natuurlijk wel van belang dat docenten in het reguliere onderwijs taalstimulerend lesgeven en de leerling de ruimte krijgt om nog een ‘tweede taalverwerver’ te zijn. Je kunt een leerling van 14 jaar die twee jaar in een ISK heeft gezeten en instroomt in de 2e klas van het vmbo, niet gelijk stellen aan een van zijn klasgenootjes en het Nederlands als moedertaal heeft (al 14 jaar). De ISK is de start en er ligt ook een inspanningsverplichting bij het vervolgonderwijs. De leerlingen zullen na twee jaar al vrij vloeiend het alledaagse taalgebruik kunnen gebruiken, de verwerving van de schooltaal duurt vaak veel langer.

Veel ISK’s ervaren dat leerlingen bij doorstroom naar het mbo vaak instromen in Entree. In de leerlijnen zijn alle mbo opleidingen opgenomen. Gaat dat wel zo werken?

In de praktijk blijkt dat veel mbo-scholen opleidingen hier heel verschillend mee omgaan. Het blijkt dat het taalniveau van de leerlingen de scholen schrik aanjaagt. Terwijl het juist voor de leerlingen uit de ISK zo belangrijk is door te stromen naar een opleiding waarin ze heel gericht hun taalvaardigheid verder kunnen ontwikkelen. Je leert de taal juist beter in een omgeving waarin je hem meteen kunt gebruiken en dat is natuurlijk in een opleiding. Een combinatie van geïntegreerd taal en vakonderwijs. Dat vraagt natuurlijk iets van het vervolgonderwijs. Maar ik merk dat er binnen het mbo steeds meer het besef komt dat deze leerlingen voor hun van belang zijn.

Samen met de MBO-Raad kijkt LOWAN, met ISK’s en VO-Raad, hiernaar. Doel is echt om hoger in te laten stromen. Ook de VO-Raad, dat heb je kunnen lezen in het NRC artikel waarnaar LOWAN recent in LOWANieuws refereerde, maakt zich hier sterk voor. Het is echt van belang dat de ISK-leerlingen niet naar Entree doorstromen als ze niveau 2-4 haalbaar is. Wellicht kan ook het Staatsexamen NT2 hier iets in betekenen en kun je in de ISK leerlingen hierop voorbereiden zodat ze hoger kunnen doorstromen.

Wij hebben regelmatig een groep analfabete leerlingen. Wat kan ik aan de leerlijnen hebben voor deze groep?

De analfabete leerlingen en de andersalfabeten volgen een eigen traject. Dat is nu niet in de leerlijnen opgenomen. Om zicht te krijgen op hun leerdoelen kan gebruik worden gemaakt van het Raamwerk Alfabetisering van Cito. Als de leerlingen gealfabetiseerd zijn, zullen zij ook in een van de routes instromen.

Sommige scholen kiezen ervoor leerlingen van 16+ door te laten stromen naar de havo of het vwo. In de leerlijnen hebben jullie gekozen voor doorstroom naar mbo 3-4. Kun je daar iets over vertellen?

We hebben leeftijd gebruikt om een verdeling in leerlijnen aan te brengen. De gedachte is dat de contexten en daarmee de leerinhoud van jongeren anders is dan voor oudere leerlingen. Maar ze hoeven niet stringent gehanteerd te worden wat leeftijd betreft.
We hebben de grootste gemene delers gepakt, en dat is dat oudere leerlingen kunnen doorstromen naar het mbo of hbo-schakel. Maar doorstroom naar 4 HAVO en VWO kan best natuurlijk met een 17/18-jarige. De leerlijn (route 3, 12-16 jaar, bovenbouw) kun je daarvoor gebruiken. In de grote steden is het ook mogelijk hiervoor een groep voor samen te stellen. Bij de kleinere ISK’s kan dat natuurlijk lastiger zijn.

Contactgegevens VO

Reacties zijn gesloten.