Nieuws
Alle nieuwsitems voor primair onderwijs
Spreken als motor van taalontwikkeling
Oracy is de kracht van het spreken, denken en luisteren om zelfvertrouwen te kweken, kritischer te leren denken en betere leerresultaten te behalen. Met de expliciete didactiek voor mondelinge taalvaardigheid als een motor van het leren van de taal en de inhoud. Juist in het nieuwkomersonderwijs is oracy een interessante nieuwe ontwikkeling. Veel leraren vragen zich af: moet je in een omgeving waarin leerlingen nog volop bezig zijn een nieuwe taal te leren niet eerst woordenschat en basisgrammatica stevig neerzetten voordat je inzet op spreken en luisteren? We spraken hierover met de auteurs van het boek Oracy, de kracht van spreken, denken en luisteren, Miriam Op de Beek en Bob Coenraats.
Wat is oracy?
Het oracy-raamwerk is ontstaan in de jaren 60 en werd gemunt door onderwijskundige Andrew Wilkinson, die dit introduceerde als tegenhanger van literacy (geletterdheid) en numeracy (cijfervaardigheid). Het kan vertaald worden als ‘mondelinge taalvaardigheid’ (spreken en luisteren) en draait om het inzetten van mondelinge communicatie als middel om te leren.
Onderwijsadviseurs Miriam Op de Beek en Bob Coenraats leggen uit: “Oracy is het vermogen om jezelf vloeiend, zelfverzekerd en nauwkeurig uit te drukken in gesproken taal, waarbij effectief spreken en actief luisteren samenkomen. In het onderwijs vraagt dit expliciete, doelgerichte instructie in spreken, luisteren en het voeren van (leer)gesprekken zodat leerlingen de volle kracht van mondelinge taal benutten.”
Ook in het nieuwkomersonderwijs?
Voor leerlingen met een kleine woordenschat in het Nederlands of beperkte schoolervaring is spreken vaak spannend of beladen. Dus hoe past oracy hier dan in? Miriam en Bob zien het juist als een oplossing.
“In veel situaties van taalachterstanden is het produceren van de doeltaal een uitdaging, maar met het oracy-raamwerk kun je ook juist heel doelgericht en stapsgewijs werken aan de motor van de (vreemde)taalontwikkeling gekoppeld aan inhoudelijke leerdoelen. Met dit als fundament van het onderwijsontwerp bouw je aan een cultuur van mondelinge taalvaardigheid: een sterke spreekcultuur in de hele school.”
“Nieuwkomers leren door te luisteren naar rijke taal en door zelf te spreken in betekenisvolle contexten. Met de doelgerichte ondersteuning wordt het spreken en luisteren niet toevallig, maar bewust. Zo ontstaat er ruimte voor echte taalontwikkeling en wordt mondelinge taal geen bijproduct van de les, maar een dragende kracht.”
Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
De basis is eenvoudig: ruimte creëren om samen te luisteren, te denken en te spreken.
Het gaat om het vervangen van vrijblijvende klasgesprekken door bewust ontworpen leerinteracties en spreekroutines. Dit kan op de volgende manieren:
Hier-en-nu-taal: Samen kijken naar een handeling, foto of concreet voorwerp en dit verwoorden. De directe koppeling tussen ervaring en taal helpt leerlingen om betekenis te geven aan woorden.
Taalsteun zichtbaar maken: Denk aan het geven van een startzin, visueel ondersteund en afgestemd op het niveau van de leerling. Laat de startzin zelf horen, spreek deze samen uit en oefen stap voor stap het gebruik. Als je de inhoud van een leerdoel verwerkt in de startzinnen werk je tegelijk aan inhoudelijke en talige doelen. Herhaal de structuur van een startzin in verschillende contexten zodat leerlingen deze echt zelfstandig gaan toepassen.
Tweepraat: Creëer korte momenten van denktijd en spreekruimte voor alle leerlingen, bijvoorbeeld via tweepraat. Van daaruit kun je uitbreiden naar andere spreekroutines met passende taalsteun in verschillende fasen van de les.
Gespreksrollen: Zet gespreksrollen in, waardoor leerlingen stap voor stap leren deelnemen aan gesprekken en hun taal uitbreiden. De rollen bieden houvast en veiligheid en kunnen ondersteund worden door pictogrammen, startzinnen en voorbereide inbreng.
Moet het roer drastisch om?
Volgens Miriam en Bob gaat het al heel goed in het nieuwkomersonderwijs in Nederland, maar ontbreekt er nog een expliciete en didactische aanpak van mondelinge taal. “Hoewel het ontlokken van gesproken taal al waardevol is, kun je nog meer bereiken als je mondelinge taal meer doelgericht en expliciet didactisch ontwerpt. Zolang spreken vooral spontaan ontstaat en niet bewust wordt ontworpen, blijven krachtige groeikansen onbenut.”
“Het gaat dus niet om alles anders doen, maar om het fundament versterken: mondelinge taal zichtbaar en structureel onderdeel maken van hoe we onderwijs ontwerpen.”
En hoe doe je dit dan? Wat Miriam en Bob vooral aanraden, is om hoge verwachtingen te hebben van de leerlingen. “In goed ontworpen gesprekken wordt het denken van leerlingen zichtbaar en ervaren zij succes. Door iedereen frequente en gestructureerde spreekruimte te bieden, vergroot je hun taalontwikkeling én hun kansen om volwaardig mee te doen.”
Oracy vraagt geen grote systeemverandering, maar begint met kleine, doordachte keuzes in de klas. Een startzin. Een minuut denktijd. Een gespreksrol. Juist in het nieuwkomersonderwijs, waar taalontwikkeling en leren onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, kan die bewuste inzet op spreken het verschil maken.
Meer lezen over mondelinge taal