Nieuws
Alle nieuwsitems voor primair onderwijs
Onderweg naar een beroepsstandaard voor specialist onderwijs aan nieuwkomers
Welke taken, werkzaamheden en competenties heeft de specialist onderwijs aan nieuwkomers nodig op vakinhoudelijk, vakdidactisch en pedagogisch gebied, en in samenwerking met het team en de omgeving? Dit wordt vastgelegd in de beroepsstandaard, een initiatief van de Hogeschool Utrecht, de Marnix Academie, LBBO en LOWAN. De ontwikkeling hiervan is in volle gang. We praten je bij over de voortgang. Hoe staat het ervoor? Hoe verloopt het proces tot nu toe? En wat komt er nog?
Het ontstaan van de beroepsstandaard
De wens voor een beroepsprofiel komt niet uit de lucht vallen. Ruim tien jaar geleden kreeg het opleidingsveld al de vraag hoe nieuwkomersleerlingen goed onderwijs geboden kan worden. Wat aanvankelijk vaak een beknopte cursus voor leraren was, is uitgegroeid tot diverse opleidingen tot specialist in het onderwijs aan nieuwkomers.
Gaandeweg werd duidelijk dat er meer nodig was dan scholing alleen: er was behoefte aan erkenning, positionering en een gedeeld kader.
Tijdens de landelijke LOWAN-studiedag in maart 2025 werden daarom ruim 3000 deelnemers benaderd met de vraag om input te leveren over taken, werkzaamheden en competenties van de specialist in het onderwijs aan nieuwkomers. Dat leverde 187 inhoudelijke reacties op. Op basis daarvan stelde de initiatiefgroep een plan op en werd de hele LOWAN-achterban uitgenodigd om mee te denken.
“Die uitnodiging om mee te denken werd zeer positief ontvangen,” vertelt initiatiefnemer Ria Goedhart, werkzaam bij de Hogeschool Utrecht. “Sommige deelnemers waren zelfs ontroerd omdat hun rol eindelijk erkenning kreeg. De worsteling rond facilitering en positionering van de specialist onderwijs aan nieuwkomers was ons bekend uit verhalen van studenten, maar deze reacties onderstreepten nogmaals de urgentie van een formeel beroepsprofiel voor de praktijk.” Volgens Ria draait het uiteindelijk om één centrale vraag: wat moet de specialist kennen en kunnen om scholen duurzaam te versterken in een superdiverse samenleving?
Hoe verloopt het proces?
Op basis van de inhoudelijke reacties op de LOWAN-studiedag werd het proces in gang gezet. “Momenteel werken we met een initiatiefgroep (LOWAN, LBBO en docenten/onderzoekers van de Hogeschool Utrecht en Marnix), een schrijfgroep van vijf onderwijsprofessionals, een klankbordgroep van experts uit het veld en een procesbegeleider vanuit team LOWAN,” licht Ria toe.
In de eerste bijeenkomsten besloot de schrijfgroep de beroepsstandaard op te bouwen rond vier domeinen: vakinhoudelijk, vakdidactisch, pedagogisch en persoonlijke ontwikkeling en teamontwikkeling. Elk schrijfgroeplid nam één domein voor diens rekening.
Inmiddels zijn we halverwege het proces: na drie bijeenkomsten waarin de focus, bronnen en structuur werden bepaald, heeft ieder schrijfgroeplid een eerste concepthoofdstuk geschreven. De initiatiefgroep en klankbordgroep worden tussentijds op de hoogte gehouden. Tot de schrijfgroep behoren onder andere Annemieke Louwerse (werkzaam bij Taalexpertise Centrum Walcheren) en Anna Foget-Feijth (werkzaam bij CKC Drenthe). Annemieke heeft zich gestort op de visie en inleiding en Anna schrijft over pedagogische bekwaamheden van de specialist onderwijs aan nieuwkomers.
“Eerst schrijf ik alles op waarvan ik denk dat het mogelijk waardevol kan zijn en daarna ga ik schuiven, preciezer en beknopter schrijven en vooral ook weer veel schrappen,” vertelt Annemieke. “Ondertussen (her)lees ik veel bronnen over de onderwerpen die ik wil beschrijven en probeer ik te ontdekken welke informatie wel/niet mag ontbreken. Ik heb weer heel veel boeken gekocht!”
Samenwerking
Het schrijfproces vraagt om structuur én flexibiliteit. Bovendien zijn de domeinen sterk met elkaar verweven. Thema’s raken meerdere perspectieven en vragen om onderlinge afstemming. “We hebben als schrijvers van de domeinen veel raakvlakken met elkaar en hebben daarom veel contact,” zegt Anna. “Het werkt goed om elkaars stukken door te kunnen lezen. Het houdt je scherp en laat je een open blik houden op alle mogelijkheden.”
Ook de bijeenkomsten werken volgens Annemieke goed. “Elke keer als we als schrijfgroep weer bij elkaar komen, merk ik dat het meer vorm gaat krijgen en dat ik de bedoeling beter begrijp. Het is echt heel motiverend en verrijkend om hier samen over na te denken, ieder vanuit de eigen kennis en ervaringen, vanuit een andere regio in Nederland.”
Wat levert het op?
De beroepsstandaard:
- maakt zichtbaar welke expertise de specialist onderwijs aan nieuwkomers in huis heeft;
- biedt houvast voor scholen bij positionering en facilitering;
- verbindt praktijk en opleiding;
- draagt bij aan kwaliteitsontwikkeling in het nieuwkomersonderwijs.
Annemieke zegt hierover: “Ik ben echt gemotiveerd om van deze beroepsstandaard een mooi document te maken, omdat ik denk dat het duidelijkheid en houvast kan bieden aan iedereen die in het basisonderwijs aan nieuwkomers werkt. En hopelijk kan het hierdoor ook bijdragen aan de kwaliteit van het onderwijs. Want goed onderwijs is voor alle leerlingen belangrijk, maar voor nieuwkomers is het essentieel.”
“Kennis over onderwijs aan nieuwkomers is cruciaal omdat het het leerproces optimaliseert. Door emotionele veiligheid, culturele erkenning en veerkrachtversterking te bieden, kunnen nieuwkomerskinderen zich zo goed mogelijk ontwikkelen,” vult Anna aan.
Wat komt er nog?
De komende maanden staan in het teken van:
- het aanscherpen en herverdelen van de inhoud tussen de domeinen;
- het expliciteren van de onderliggende visie per onderdeel;
- het uitwerken van de competenties per rol;
- feedbackrondes met de tegenleesgroep en de klankbordgroep;
- verdere afstemming met de uitgever.
“En uiteindelijk werken we zo samen toe naar een beroepsstandaard die bijdraagt aan de erkenning en waardering van de rol van de specialist onderwijs aan nieuwkomers,” concludeert Ria.