Een watertekort oplossen

Geoefende leerlingen bouwen een idee uit: met elkaar én kritisch!

De kwestie

Juli 2018: het is al weken warm en droog in Nederland. Gisteren hebben de leerlingen in Nieuwsbegrip gelezen dat een watertekort dreigt. Stel nu dat het nog de hele maand droog blijft: wat dan? Selim opent de discussie.

Wie zie je?

Aroush (7) uit Pakistan
Xavier (7) uit Mexico
Clark (9) uit Estland
Selim (10) uit Turkije
Noellyn (9) uit Zweden
De leerlingen zitten allemaal aan het einde van hun eerste schooljaar in Nederland. Eerder hebben ze in hun thuisland allemaal goed onderwijs gehad. Noellyn en Clark hebben een extra voorsprong: beiden hebben een ouder die vloeiend Nederlands spreekt.

Transcript

S: We kunnen weinig water gebruiken, omdat als we gebruiken heel veel water dan gebeurt geen water en dan word jij word jij een beetje ziek want als je drinkt geen water dan word je ziek. (stilte) Ja. Dat kan echt gebeuren.X: Een beter idee is om water van een andere plaats in het wereld pakken en brengen naar Nederland.
C: Maar met wat? Met wat?
X: Een soort machine?
C: Hmmm… machine. Van Amerika naar hier met een machine.

  • Download het volledige transcript (pdf)

Mooie punten

De kinderen bouwen met elkaar ideeën op

De kinderen opperen ideeën en reageren inhoudelijk op elkaar. Ze vullen aan, stellen vragen en geven aan waarom iets wel of geen goed idee is. Ze nemen als volwaardige gesprekspartners zelf hun beurt. De leerkracht hoeft geen regie te voeren. Noellyn steekt nog even een vinger op, maar trekt die terug. Ze wacht tot Selim is uitgesproken en pakt dan zelf beurt.

De kinderen praten uitgebreid in lange beurten en lange zinnen

Leerlingen gebruiken complexe taaldenkfuncties, met allerlei functiewoorden: omdat, dan, want, maar, als… dan, … anders …, daarom… Hun Nederlands is nog niet perfect. Maar door zo hun gedachten te formuleren, ontwikkelen ze hun taalvaardigheid. Dit heet het taalleermechanisme.

De kinderen gebruiken woorden die hun denkproces expliciet maken en verbinding leggen tussen ideeën

Leerlingen zeggen dingen als: ‘een beter idee is…’, ‘ik heb je woord gestopt, maar…’, en ‘de probleem is eigenlijk…’. Zo brengen ze zelf structuur aan in hun gesprek. Al doende ontwikkelen ze zo ook hun schoolse taalvaardigheid.

Lastige punten en tips

Aroush blijkt op een heel ander niveau over het probleem te denken

Aroush lijkt niet zo betrokken bij het gesprek. Aan het eind van het fragment blijkt wat het probleem is. Ze denkt op een heel ander niveau dan de rest: als je water nodig hebt, doe je toch gewoon de kraan aan? Selim probeert haar het probleem nog een keer uit te leggen, maar Aroush begrijpt het niet. De ideeën waar de anderen zo actief mee bezig zijn, gaan aan haar voorbij.

Tip

Merk je dat een kind onvoldoende aansluiting vindt in een gesprek? En lukt het niet goed om hem op zijn eigen niveau te betrekken? Maak dan een afweging: heeft het zin als het kind erbij blijft, of heeft hij meer baat bij een ander gesprek op een ander moment? In dit voorbeeld koos de leerkracht ervoor om Aroush iets anders te laten doen.

In dit fragment zie je de leerkracht alleen kijken en luisteren

De leerlingen in dit fragment weten goed hoe een taaldenkgesprek gaat. Is de leerkracht dan niet meer nodig? Krijgen ze zonder input van de leerkracht voldoende feedback/taalaanbod? Worden ze voldoende uitgedaagd?

Tip

Als het leerlingen lukt om echt zélf met elkaar te denken en praten, is dit prachtig. Ze ontwikkelen hun zelfstandigheid in het voeren van gesprekken. Toch kun je als leerkracht de taalleermogelijkheden vergroten. Je geeft af en toe impliciete feedback. Of je brengt een uitdagend denkpunt in om het gesprek te verdiepen. Je luistert actief en kiest zorgvuldig je moment voor deze inbreng. Zulke stappen doet de leerkracht van dit fragment wat later in het gesprek.

Ervaring van de leerkracht

“De leerlingen raakten direct zo in discussie dat ik in dit fragment alleen maar hoefde te luisteren! Ze reageren, vullen aan en stellen kritische vragen. De opmerking van Aroush maakt pijnlijk duidelijk hoe belangrijk het is dat leerlingen op hun eigen denkniveau kunnen deelnemen: Aroush spreekt al heel goed Nederlands, maar deze kwestie ging haar inhoudelijk boven de pet.”

Meer informatie?

Hanna Kuijs
 Mail Hanna Kuijs
Resi Damhuis
 Mail Resi Damhuis

Reacties zijn gesloten.