De school als doorgangshuis?

De Wetenschappelijke Raad heeft een Working Paper geschreven waarin ze verschillende kansen, knelpunten en belevingen rond migratiediversiteit in beeld brengen. Deze keer kijken ze naar de kansen en knelpunten van het onderwijs voor migrantenkinderen.

In het rapport komen een aantal interessante aspecten naar voren:

  • Alle lagen van het onderwijssysteem, van de voorschool tot het hoger onderwijs, krijgen door het onvoorspelbare komen en gaan van migranten te maken met piekbelasting en een hoog leerlingenverloop.
  • Bij de piekbelasting van 2015 bleek het toen moeilijk om het nieuwkomersonderwijs snel en professioneel op te schalen. Oorzaken waren het gebrek aan locaties, personeel, aan bekostigingsregelingen, aan kennis over de doelgroep, en aan draagvlak in de samenleving.
  • Het is nodig om scholen permanent toe te rusten op tijdelijkheid en zijinstroom van leerlingen met een migratieachtergrond. Enkele belangrijke pijlers zijn bijvoorbeeld het flexibeler inrichten van nieuwkomersonderwijs, het toewerken naar een duurzame uitstroom vanuit nieuwkomersklassen en het preventief tegengaan van onderwijsonderbrekingen.
  • Een advies is dat overheden structurele regionale samenwerkingen opzetten om nieuwkomersonderwijs te faciliteren. Zo kunnen scholen anticiperen op pieken in de instroom van nieuwkomers. Tegelijkertijd kunnen zo kennis en expertise, over bijvoorbeeld het leren van Nederlands als tweede taal (NT2), worden gedeeld.
  • Ook verdient de kijk op de moedertaal van nieuwkomersleerlingen nieuwe aandacht. Behalve moedertaalonderwijs bestaan er ook andere laagdrempelige methoden waarbij de talige repertoires van elke leerling benut worden.
  • Een ander aandachtspunt betreft de vele onderwijsonderbrekingen, vooral onder EU-arbeidsmigrantenkinderen en asielmigranten die van de ene opvanglocatie naar de andere overgeplaatst worden. Er zou meer voorlichting moeten komen over de vaak nadelige consequenties van onderwijsonderbrekingen en hoge doorstroom van school naar school.
  • Een ander aandachtspunt is dat niet alle nieuwkomers zich op dezelfde manier ontwikkelen. Het nieuwkomersonderwijs zou flexibeler ingericht moeten worden. Maatwerk, onder meer door flexibelere financieringsmogelijkheden, kan bijdragen aan een betere uitstroom van nieuwkomers. Zo hebben bijvoorbeeld analfabeten baat bij meer tijd om de Nederlandse taal te leren, hoogopgeleide studenten bij een schakeljaar om vakjargon of ict-vaardigheden bij te spijkeren en voor mbo’ers kunnen geïntegreerde leer-werktrajecten een duurzame bijdrage leveren aan hun ontwikkeling.

Drie beleidsdilemma’s
Tot slot zijn er drie beleidsdilemma’s geschetst. Het eerste dilemma betreft het spanningsveld tussen de onvoorspelbare verblijfsduur van nieuwkomers en het huidige integratiebeleid. Bijvoorbeeld, hoe centraal moet het leren van de Nederlandse taal staan als het gaat om tijdelijke migrantenleerlingen? Het tweede dilemma betreft het vraagstuk van wel of niet spreiden van nieuwkomers. Spreiden vergroot het draagvlak en de opnamecapaciteit. Maar aan de andere kant is het voor de kwaliteit van het onderwijs vaak beter om nieuwkomers in een bepaalde mate te concentreren, zodat er expertise is en er meer ruimte is om in te spelen op de verschillende leerbehoeften van nieuwkomers. Het derde dilemma gaat in op een mogelijk gevolg van het concentreren van nieuwkomers, namelijk het ontstaan van ‘doelgroepscholen’. Deze scholen worden gekenmerkt door een leerlingenbestand waarvan een groot deel van de kinderen, of hun ouders, hetzelfde herkomstland hebben. In hoeverre zijn doelgroepscholen wenselijk en in hoeverre is het überhaupt mogelijk om de samenstelling van het leerlingenbestand te beïnvloeden?

Nieuws LowanBenieuwd? Ga naar onderzoek

Contactgegevens PO

Boudien Bakker en Marieke Postma
b.bakker@lowan.nl
+31 (0)6 - 52 858 732